Bewust Onbewust – Pen

Almere Oosterwold, mei 2019

Aan allen met, voor, ondanks en dankzij wie ik heb gewerkt,

Het is bijna 3 maanden geleden dat ik 65 jaar werd.
In mijn jeugd was dat een belangrijk moment:  het was de Drees-leeftijd, de verjaardag waarop je stopte met werken en van AOW en opgebouwd pensioen kon gaan genieten.

Dat ziet er inmiddels heel anders uit, maar voor mij heeft die 65ste verjaardag zijn symbolische betekenis behouden.
Het markeert voor mij het moment van waaraf ik uitsluitend nog wil werken vanuit een diep gevoeld verlangen. Alle ‘moeten’, alle ‘zullen’, alle ‘eigenlijk’ mag er sinds dat moment vanaf.

Eigenlijk begint het nu pas.
Daarbij voel ik me geïnspireerd door belangrijke grote namen, die ook pas vanaf dat moment werkelijk vrijheid vonden in het doen van dat wat hen het dierbaarst was en excelleerden (Pablo Picasso, Jan Cremer, Nelson Mandela om maar een paar big names te noemen).

Omdat ik ook met of voor jou heb gewerkt, wil ik met je delen wat dat voor mij betekent.

Ik startte al heel jong met werken. Vanaf mijn vijfde levensjaar werd er op mij gerekend in het kleine fruitbedrijfje van mijn ouders in Zeeland. School kwam op de tweede plek. Voor spelen was er geen plaats.

Ik kreeg een streng christelijke opvoeding, maar het was mijn geluk dat er binnen onze familie verschillende christelijke ‘leren’ werden aangehangen. Het hielp me in die tijd om me ten minste te realiseren dat zelfs de God van de christenen geen vast omschreven waarheid was.

Zo lang ik me kan herinneren was ik geboeid door mensen. Door wat hen dreef, door hoe ze zichzelf in de wereld neerzetten, door wat ze deden, zeiden en wat ze maakten. En ook door wat ze niet deden of zeiden. Zittend op het stoepje voor ons huis in Goes en – later – luistervinkend boven aan de trap van ons huis in Kattendijke, nam ik alles in me op wat er waar te nemen viel aan de volwassenen die het pad van mijn ouders kruisten.

Daarnaast herinner ik me belangrijke momenten – vaak in mijn eentje, vaak buiten – dat ik opeens voelde dat ik deel was van een groot, machtig geheel. Overweldigend vond ik dat. Het voedde mijn lust en mijn ontzag voor het leven.

Ik wist al jong dat ik met mensen wilde werken.
Ik begon met een opleiding tot fysiotherapeut, maar daar vond ik niet wat ik zocht.
Het jaar daarop startte ik met een – door opa Oudeman gesubsidieerde – studie theologie die mij van Brussel, naar Amerika, naar Nijmegen voerde.
Ik genoot eindeloos van de toegang die ik daarmee kreeg tot gedachtegoed van grote denkers, maar ook tot eeuwenoude verhalen, die hetzelfde effect op me hadden als die inspirerende momenten in de natuur van mijn jeugd.
Ik pakte daarnaast de studie filosofie op.

"Altijd op de tast naar wat ze eigenlijk zouden willen,
wat er diep van binnen broeit en woedt en wat zijn weg naar buiten wil vinden."

Deze periode leerde me dat God, of liever gezegd: het goddelijke, niet voorbehouden is aan een bepaalde religieuze stroming. Het heeft me verrijkt om de wereldreligies te bestuderen en het universele erin te zien. Tot op de dag van vandaag vind ik het goddelijke ontzagwekkend en inspirerend. Maar ik zie het al lang niet meer als iets dat buiten onszelf is. We hebben er allemaal toegang toe en religies zijn niet meer en niet minder dan een ‘taal’ waarin we dat proberen te beschrijven en waarmee we rituelen vormgeven die ons helpen om de toegang tot het goddelijke makkelijker te vinden. Voor mij verwijzen alle religies naar hetzelfde verhaal. Het verhaal van toen en van ooit, van nu en van morgen, van jou en van mij, van waar ook ter wereld, waar ook in de tijd.

Ik kon daarna niet anders dan de kerk van mijn ouders achter me laten.
Ik werd theoloog zonder werk.

Maar ik kreeg er een onbetaalbare les voor terug.
De soefi-dichter Rumi formuleerde in de dertiende eeuw in een enkele zin, de essentie van een levensstijl die een wereld voor me opende.

“Ver voorbij alle ideeën over goed en kwaad, is een plek.
Ik ontmoet jou daar.”

De waanzinnige potentie die hierin schuilt!
Niet meer te hoeven oordelen.
Je niet meer te hoeven verschansen achter standpunten, opinies, meningen, oordelen.
Jezelf niet langer boven een ander te hoeven plaatsen omdat je denkt dat je beter bent, of het beter weet dan hij of zij.
Wie zou ik zijn als ik dat allemaal niet meer zou doen?
Wie kwam er dan tevoorschijn?
Welke ware ‘Zelf’ kreeg ik dan te zien?
(Tot op de dag van vandaag weet ik dat niet, maar ik ben onderweg.)

In het her-vinden van mijn identiteit ben ik destijds gaan werken als docent en als organisatie-adviseur.
Maar altijd vanuit dezelfde oriëntatie:
In gesprek met mensen. Erop gericht om ze te verstaan en om te zien wie ze zijn. Altijd op de tast naar wat ze eigenlijk zouden willen, wat er diep van binnen broeit en woedt en wat zijn weg naar buiten wil vinden.

Begin 90-er jaren van de vorige eeuw kreeg ik feedback van een van mijn collega’s: “Loek wat jij doet is geen consultancy. Het is coaching.”
Ik kende dat woord op dat moment alleen uit de voetbalwereld, waar ik zelf geen belangstelling voor had, maar mijn zoon wel. Vandaar …

Ik verdiepte me erin, meldde me bij de internationale beroepsorganisatie, reisde de diverse congressen en seminars af, leerde de godfathers van dit nieuwe ambacht persoonlijk kennen, werkte met hen ideeën en concepten uit en … startte mijn eigen praktijk.

Coachen was hot & happening en mijn praktijk had het tij in het bijzonder mee.
Maar er was ook een keerzijde.
Omdat het vak zo goed betaalde in die dagen, stortte iedereen zich erop, met of zonder opleiding, met of zonder basis in de menskunde, met of zonder ethiek.
Van de effecten van die wildgroei heeft het vak tot op de dag van vandaag last, veel last.

Maar mij stimuleerde het om naast mijn eigen praktijk een gedegen coach-opleiding te ontwikkelen.
Ik verlangde eigenlijk naar gelijkgestemde collega’s met dezelfde ideeën over kwaliteit en niveau.
Omdat ze niet te vinden waren, ging ik ze zelf maar opleiden.
De Coaching Academy International bestaat dit jaar 21 jaar. Officieel volwassen!

"Ik heb altijd geweten dat werkelijk duurzame verandering, groei of heling van mens en organisatie meer vraagt dan wat coaching vermag."

Er was alleen van begin af aan iets dat mij dwars zat.
Coachen – mits verantwoord en professioneel gedaan – is een krachtig instrument waar veel transformerende kracht vanuit kan gaan.
Maar de beperking van coaching is – even afgezien van het kwetsbare imago van het vak – dat het vooral werkt vanuit en met het bewustzijn. Met de komst van allerlei tips & tricks en modellen, spellen, en werkvormen is dit feitelijk nog verder verstevigd. 

Dit vormt een probleem als het gaat om de duurzaamheid van coaching als begeleiding.
We weten immers dat het aller grootste deel – er wordt zelfs gesproken van 85 % – van alles wat wij ervaren, voelen, denken en doen, niet wordt aangestuurd van het het bewustzijn maar vanuit het onbewuste.
Coaching komt daar niet of nauwelijks bij. (Ook niet als coach-opleidingen op dag 1 van de opleiding de beroemde ijsberg van het bewuste en het onbewuste tekenen :-).

Ik heb altijd geweten dat werkelijk duurzame verandering, groei of heling van mens en organisatie meer vraagt dan wat coaching vermag.

Daar komt in mijn leven het werk van Carl Gustav Jung in beeld. Hij is in mijn ogen de belangrijkste grondlegger van het betrekken van het onbewuste bij mens-ontwikkeling.
Ik had en heb altijd een dubbel gevoel gehad bij Jung. Ik had moeite met zijn wijze van formuleren, zowel mondeling als schriftelijk en ik vind het lastig om me te verhouden tot sommige aspecten van zijn biografie.

Maar ik wist ook dat ik niet om hem heen kon, als ik mijn eigen passie – werkelijke mens-ontwikkeling – serieus bleef nemen.
Ik meldde me in september 2006 aan als student bij het Jungiaans Instituut in Nijmegen.
In juni 2013 studeerde ik er af als Jungiaans Analytisch Therapeut.

Maar ik moet zeggen: ik heb altijd geaarzeld om mezelf zo ook te noemen.
Ik wist innerlijk dat het niveau dat ik haalde bij mijn afstuderen in Nijmegen niet equivalent was aan dat wat ik zelf van een Analytisch Therapeut verwachtte.

Ik wist op dat moment ook dat coachen als ambacht niet toereikend is om dat te bereiken waar mensen naar verlangen: werkelijke zelf-ontwikkeling.

Ik wist dat ik er naar moest streven om een Jungiaanse stijl van werken te integreren in het ambachtelijke coachen. Dat zou in elk geval het coachen enorm verrijken. Ik zette daarom in 2014 met mijn geliefde de New Jung Academy op.

Maar daarmee was mijn eigen vraag nog altijd niet beantwoord.
Ik kon natuurlijk waarnemen in mijzelf dat ik altijd veel werk gemaakt had van mijn eigen ontwikkeling, middels scholing, zelfreflectie en het vragen en krijgen van feedback.
Maar ook na de studie aan het Jungiaans Instituut kon ik niet voelen dat ik al mijn persoonlijke thema’s werkelijk doorgewerkt had. De 40 uur leeranalyse die ik in het kader van mijn opleiding aan het Jungiaans Instituut had ontvangen waren niet de Tiefenanalyse waar ik naar verlangde.
Bovendien was ik in Nijmegen vooral getraind in het werken met actieve imaginatie en met het kosmologisch/astrologisch model van de oprichter, maar ik had onvoldoende leren werken met dromen, beelden, tekeningen of met een systematische analyse waarin alle grote concepten (waaronder animus en anima) nauwkeurig, zorgvuldig en liefdevol in beeld komen.

Kortom, ik voelde me – in die zin – niet voldoende geindividueerd en te eenzijdig professioneel uitgerust. Ik kon het niet over mijn hart verkrijgen om mezelf Jungiaans Analytisch Therapeut te noemen.

"Ik heb misschien in het verleden
te vaak geschipperd met mijn ‘Zelf’."

Een jaar voor mijn 65ste begonnen deze onvolkomenheden in mijn eigen ontwikkeling daadwerkelijk te broeien.
Ik nam waar dat ik dingen voelde, zei, vond of deed die niet werkelijk bij me pasten, maar waar ik wel zelf voor verantwoordelijk was. Je zou kunnen zeggen dat mijn schaduw zich opnieuw begon te roeren.

Gelukkig genoeg, wist ik wel dat het mijn schaduw was, maar begrijpen deed ik het niet. Ik kende het deel in mezelf waar dit uit voortkwam niet.
Aan het begin van dit jaar – 2019 – ben ik gestart met een traject van Jungiaanse Analyse. Ik spreek sinds dat moment wekelijks 50 minuten – altijd op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip – met een Jungiaans Psychoanalyticus, erkend door de IAAP – een “echte” dus.

Het is heftig, het is pittig, pijnlijk. Het is een feest.
Het ontroert me – ook nu als ik dit opschrijf – dat ik eindelijk de kwaliteit heb gevonden, waarvan ik altijd heb gehoopt dat-ie bestond.

En nu, drie maanden na mijn 65ste verjaardag zie ik mezelf oriënteren op een opleiding tot Jungiaans Analyticus, erkend door de IAAP.

Om je een beeld te geven. Dat gaat in elk geval om 350 tot 500 uur analyse bij een erkend analyticus. Als ik iedere week een uur ga, heb ik dat deel over 10 jaar afgerond. Dan ben ik 75.
Daarnaast komen natuurlijk een fiks aantal jaren studie en behoorlijk wat praktijk-werk.
Maar het is de koninklijke weg. Waarom zou ik een andere route nemen?

I don’t have to see the whole staircase.
Just take that first step in faith.

Dus als het over mij, mijn leven en mijn werk gaat, dan kan ik alleen maar zeggen dat ik me hierover heel goed voel.

Ik heb misschien in het verleden te vaak geschipperd met mijn ‘Zelf’.

Ik heb te vaak toegegeven als studenten of cliënten vonden dat we te duur waren, of te streng, of dat we te veel van hen verwachtten.
Ik heb te vaak gebogen voor wat de markt wil, of wat de Nobco al goed genoeg vindt.
Ik heb gedacht dat mensen in Nederland de tijd, het geld, het zweet, de tranen niet over hadden voor dat waarvan ik denk dat het wezenlijk is en kwaliteit heeft.

Dat alles hoeft nu niet meer.
Ik kan en mag doen wat ik denk dat gedaan moet worden.
Ik wil met plezier mijn handtekening kunnen blijven zetten als studenten bij me afstuderen.

Ik ben een gelukkig man.
Ik hoef niet maar, ik mag.
Het is pas net begonnen.

Ik groet je,
vanuit mijn hart,
Loek

PS: Ik waardeer het zeer dat je dit epistel helemaal hebt uitgelezen. Je kent me nu beter dan de meeste anderen.

PS 2: Mocht je naar aanleiding van bovenstaande een persoonlijke vraag aan me hebben. Mail je me dan (loek@oudemanrierink.com)?