Zingeving Aan Tafel

Het is maandag 23 december. Ik zag nog drie cliënten vandaag en ik loop na afloop over het paadje van houtsnippers van mijn tijdelijke praktijkruimte naar ons tijdelijke huis. De modder werkt zich via de houtsnippers omhoog. Er is nauwelijks beginnen aan. Na anderhalf jaar op ons nieuwe land(je) weten we dat de zware zeeklei van de oude Zuiderzee zich niet bedwingen laat. De modder is overal, soms zelfs tussen de lakens als de honden op een onbewaakt ogenblik op het bed zijn gesprongen.

Thuis is mijn geliefde bezig met de voorbereidingen van kerstavond. Overal staan pannen en bakjes met voorgesneden groenten en andere ingrediënten. In een Zen-achtige rust wordt er gekookt, afgegoten, gesneden. Ik geniet altijd van de sereniteit van het koken. Zoveel aandacht, zoveel stilte. Voor ons geen stress met kerst. Integendeel.
Morgenavond komen de kinderen met hun geliefden. Na zonsondergang gaan de kaarsen aan in de kas. Er zijn cadeautjes, er zijn hapjes. Er is een versierde tafel en een groot vuur in de open haard. We zullen met z’n dertienen zijn.

Ik krijg een glas wijn ingeschonken en ga zitten. Het kleinste hondje springt meteen op schoot. Alsof ze er op zat te wachten. Mijn gedachten gaan terug naar mijn jeugd. Ik was de eerste zoon van een streng gelovige moeder en een iets vrijzinniger opgevoede vader. In Zeeland. Een streek van onwrikbare toewijding aan kerk en vaderland. Met kerst werd het Christuskind geboren. Ieder jaar opnieuw. Zonder kerstboom. Want die was van de heidenen.

Ik leerde zo onbedoeld dat aan een zelfde tekst meerdere betekenissen, meerdere waarden konden worden toegekend.

De handen waren er om te werken of om het land te dienen, de harten om de christelijke God te eren. Zondags gingen we naar de dienst. De ene week naar de kerk van vader, de andere naar de kerk van moeder. Na afloop was er koffie. En er was een gesprek. De preek werd nabesproken. Vaak werd de bijbel er nog eens bij gepakt. Ons geloof was een serieuze aangelegenheid.

Ik voel dankbaarheid voor die vroege jaren waarin er nog wel eens discussie mogelijk was over de preek en over het geschrift. Niet dat ik daar als kleine jongen aan mee mocht doen. Geen sprake van. Maar er was een plekje bovenaan de houten trap naar de eerste verdieping, waar niemand me zag en ik tegelijkertijd alles kon horen. Ik zoog het in me op. De argumenten, de verhitte emoties, de nuance in de redeneringen. Ik leerde zo onbedoeld dat aan een zelfde tekst meerdere betekenissen, meerdere waarden konden worden toegekend.

Ik was al in mijn tienerjaren toen vader en moeder zich gezamenlijk aansloten bij een andere geloofsgemeenschap. Het was in die jaren een vrij nieuwe beweging in Nederland en de charismatische leider van toentertijd bouwde voortvarend aan nieuwe geloofsgemeenschappen. Binnen deze beweging was er meer ruimte voor emotie en beleving dan in de “traditionele” kerk. Er werd gevierd, gezongen en gedanst. Dit sprak veel mensen, waaronder mijn ouders, aan maar deze focus ging ten koste van wat ik nu het “kritische gesprek” of het “vrije denken” zou noemen. 

Mijn geest was overtuigd van een leven binnen de kerk,
maar mijn lichaam probeerde me iets anders duidelijk te maken.

Mijn ouders namen hun gezin zo mee naar een nogal fundamentele, conservatieve en gesloten kerkgemeenschap. Hun ambities voor een carrière binnen de kerk waren op mij als hun oudste zoon gevestigd. Een goede baan was veel minder relevant dan aanzien binnen de kerk. 

Ik deed wat er van me werd verwacht en – eerlijk is eerlijk – het trok me ook aan. Ik werkte al sinds mijn vierde jaar mee in het kleine boerenbedrijfje van mijn vader en een loopbaan binnen de kerk bood me een kans om te studeren, om me te ontwikkelen, om de geheimen van het leven te onderzoeken. Ik twijfelde niet aan de keuze van mijn ouders. Toen niet. Nou ja soms misschien. Ik vond het lastig dat mijn moeder de bijbelteksten letterlijk nam. Ik had moeite met de strenge oordelen en meningen die samengingen met het lidmaatschap van de gemeenschap. Maar ik deed er ook aan mee. Ik voelde me gezien. Het geloof was een zeer serieuze aangelegenheid. Ik ging de weg die voor me uitgestippeld was.

In die periode begon ik te leiden aan migraine-aanvallen. Mijn geest was overtuigd van een leven binnen de kerk, maar mijn lichaam probeerde me iets anders duidelijk te maken.
Ik vind het niet zo gek dat al die herinneringen deze dagen terug komen. Ik zie wekelijks mijn Jungiaanse analyticus en de christelijke feestdagen maken altijd “toen” weer wakker.
Margreet is in de weer met een vergiet en een grote berg stoofperen. Morgen zitten we met elkaar aan tafel. Voor mij is dat belangrijk. Waardevol. Betekenisvol. Tischgemeinschaft.

Ik leerde dat woord kennen via het werk van Dietrich Bonhoeffer. Tischgemeinschaft. Ik bestudeerde zijn boeken ter voorbereiding op mijn studie theologie. Ik was een jaar of twintig. En het veranderde mijn leven. Voor het eerst na twintig jaren van intensieve christelijke opvoeding en scholing, kwam ik in aanraking met bevlogen gedachtegoed van een theoloog dat zo erudiet was en tegelijkertijd zo vrij-makend. Ik werd deelgenoot van een wereld vol passie, waarin meer vragen waren dan antwoorden, waarin onderzoek belangrijker was dan zekerheden. Voor mij was het mind-blowing. Het was eigenlijk een initiatie. Het legde de basis voor de man die ik vandaag ben.

Tischgemeinschaft gaat over spiritualiteit en zingeving.
Er hoeft geen etiket op. Het sluit niemand uit.

Ik kan over Dietrich Bonhoeffer veel vertellen. Over zijn geloof en zijn toewijding aan wat hij dacht dat goed was. Een overtuiging die hij met de dood betaalde. Hij werd een paar dagen voor de bevrijding in 1945 geliquideerd na een gevangenschap van twee jaren vanwege zijn betrokkenheid bij een aanslag op Hitler. Hij was toen 38 jaar oud. Hij liet indrukwekkende boeken, brieven en beschouwingen na. Zijn nalatenschap inspireert nog altijd velen. Een van zijn indrukwekkendste eigenschappen vond ik zijn grote openheid voor nieuwe ideeën, andere opinies. Zelf zei hij, dat hij dit in de eerste plaats ontwikkelde door de etentjes die zijn ouders op vrijdagavonden organiseerden en waar steeds andere filosofen, kunstenaars en theologen werden uitgenodigd voor een mooie maaltijd en een goed gesprek. Tischgemeinschaft. Zo leerde hij als jonge jongen om kritisch te denken, vrij te denken, met respect naar de opinies van anderen te luisteren. Tischgemeinschaft gaat over spiritualiteit en zingeving. Er hoeft geen etiket op. Het sluit niemand uit. Als jongen van 20 begon ik te dromen van een leven waarin ooit mensen zo aan mijn tafel zouden plaats nemen.

Zelf verliet ik de wereld van de kerk in het begin van mijn dertiger jaren. De christelijke feestdagen veranderden daarmee van kleur.
Maar voor mij is kerstavond nog altijd een goed moment om aan tafel te gaan. Om met zorg het eten voor te bereiden voor degenen die ons het liefste zijn en te hopen dat we daarmee de voorwaarden creëren voor een goed gesprek. Tischgemeinschaft.

Het is traditie dat ik het dessert maak. Aan de slag nu.
Morgenavond zal ik het glas heffen op Dietrich Bonhoeffer.
Zijn spiritualiteit deed de mijne ontwaken.
Hij toonde me de wereld van het vrije denken. Van werkelijk vrij zijn.
En van de relatie tussen vrij zijn en vragen stellen.
Vrijheid, vragen en vrede.
Dankbaar. Ik voel me rijk en dankbaar.

Ik wens een ieder, samen met Margreet: innerlijke vrijheid, vragen en de vrede die daarin schuil gaat.

Loek

.