Wij gaan ervan uit dat in ieder mens, in jou, in mij, in elke Ander het verlangen leeft om in dit leven zoveel mogelijk te worden wie we zouden kunnen zijn. Dit wordt ook wel het verlangen naar zelfrealisatie genoemd. Dat verlangen is bij sommigen mogelijk dieper weggestopt dan bij anderen of misschien zelfs de mond gesnoerd, maar het is er. Het leeft in iedereen.

Carl Gustav Jung – de psychiater die zelfs onze tijd nog vooruit is – spreekt van individuatie proces. Hij beschrijft hoe het wezen en het leven van de mens volledig gericht zijn op het totstandkomen van een doorontwikkelde en gebalanceerde persoonlijkheid, die in staat is om zijn binnenwereld volledig uit te drukken in de buitenwereld.

Jung gaat er zelfs van uit dat het onbewuste (via dromen, maar bijvoorbeeld ook middels lichamelijke klachten) voortdurend pogingen doet om in te grijpen als de mens om wat voor reden dan ook te ver verwijderd raakt van de weg die tot deze individuatie leidt of als de mens halverwege dit pad de moed opgeeft en ervoor kiest om zijn ontwikkeling stil te zetten. Deze laatste categorie mensen herkennen we onder andere aan de zinnetjes “Zo ben ik nu eenmaal” en “Dat is de aard van het beestje”.

Worden wie je zou kunnen zijn, vraagt om voortdurende zelfontwikkeling. Het is een proces dat pas stopt bij de dood. Kortom, ontwikkeling als levensopdracht. Een leven lang leren.

Daar geloven wij in.