29 Mc Ik En De Ander 500×350

We hadden gisterenavond een pittige ontmoeting met twee dierbare mensen waar we ooit een vrolijker, vrijere en sprankelender relatie mee hadden dan nu het geval is. Je zou kunnen zeggen dat er door de bank genomen ruis op de lijn zit en dat er afstand is ontstaan. Afstand – zo lijkt het – omdat er dingen spelen die niet of onvoldoende worden benoemd en daardoor een verwijderend effect lijken te hebben.

„Er is nog zoveel niet gezegd, er is nog zoveel dood gezwegen, door jullie en door mij.” – Paul van Vliet

De zaken lijken ook complex geworden. Omdat het er destijds op leek dat de energie in ons viertal vrijelijk rond kon stromen en we een aantal beliefs en passies gemeen leken te hebben zijn we in alle vrolijkheid gaan experimenteren. Nadenken over samenwerken in de toekomst, vingeroefeningen doen in dat kader, elkaars zakelijke diensten „inhuren” en dat alles vanuit grote openheid en kwetsbaarheid.

Maar er deden zich, zoals in elke menselijke betrekking, obstakels voor en teleurstellingen. Tot zover niets mis mee. „Mis” begon het pas te gaan toen die obstakels en teleurstellingen niet vanuit dezelfde openheid en kwetsbaarheid onderzocht konden worden. Vanaf dat punt zijn ze hun schaduw vooruit gaan werpen.

Gisterenavond was het moment om bij de open haard gevierlijk de balans op te maken. Het zakelijk gestrand zijn hadden we al eerder vastgesteld, en de vraag die nu voorlag was: wat is er eigenlijk nog tussen ons? En vooral ook: wat zou er eventueel nog kunnen ontstaan?

Halverwege de avond viel de wezenlijke vraag wat vriendschap eigenlijk betekent? Wat is vriendschap voor elk van ons vieren? Alleen Loek kwam eraan toe om het voor zichzelf te formuleren. Voor hem is vriendschap een wederkerige relatie waaraan hij warmte beleeft, plezier, inspiratie en een intellectuele uitdaging. Waarin hij zich vrij voelt om zichzelf te zijn en waarin hij zonder voorbehoud kan zeggen hoe de dingen voor hem zijn. Waarbij het altijd kan gaan over dat wat er speelt voor iemand. Vriendschap is voor hem het leven kunnen vieren, verdriet kunnen delen en elkaars leven verrijken met ervaringen, inzichten en kennis.

Ik werd vanochtend wakker en realiseerde me dat geen van de andere drie hadden gezegd wat vriendschap voor hem of haar is. Ik evenmin. Was ik eigenlijk wel in staat om die vraag te beantwoorden?

Alle pogingen om het deze ochtend vanuit mezelf te beschrijven, liepen op niets uit. Niets dat de lading dekte.
Via Google deed ik een snelle poging om te zien of er misschien anderen waren die meer succes hadden geboekt. En warempel, zo’n Ander was er.

Hoewel vriendschap overduidelijk een heel persoonlijk en moeilijk te beschrijven concept is, heeft Paul van Tongeren een stijlvolle poging gedaan om toch een aantal generieke kenmerken van vriendschap te beschrijven.

Zo toont hij aan dat bij vriendschap sprake is van een relatie waarin de deelnemers liefde ervaren voor elkaar en dat ook van elkaar weten. Het betreft dus een openlijke wederkerige relatie. Van Tongeren beschrijft vervolgens drie mogelijke gerichtheden van de vriendschap: het nuttige, het aangename en het goede. „Je kunt van iemand houden omdat hij nuttig is, omdat hij aangenaam is, maar ook omdat hij goed is, omdat hij deugt, omdat hij een goed mens is.” (Combinaties van deze drie zijn natuurlijk ook heel goed mogelijk.)

Geïnspireerd door Aristoteles, duidt van Tongeren de vriendschap om „het goede” aan als hoogste vorm, omdat daarbij de twee kenmerken van vriendschap – namelijk wederkerigheid en welwillendheid – het beste zijn geborgd. Niet zelden immers verwordt de wederkerigheid in een nuttigheids-vriendschap tot een (economische) ruilrelatie waarin over en weer voor de vriendschap wordt „betaald” middels het principe: als jij voor mij … , dan … ik voor jou.

De hoogste vorm van vriendschap, volgens van Tongeren, is die vriendschap (vanwaar die ook moge zijn ontstaan) waarin door de vrienden steeds gestreefd wordt naar de doorontwikkeling van de vriendschap richting een vriendschap om het „goede”.

Het artikel herinnerde me opeens aan een regenachtige zondagochtend zo’n 9 jaar geleden toen Loek het hoofdstuk over vriendschap van Aristoteles hardop voorlas en we grote moeite hadden met de stijl van schrijven van de oude Griek. Taaie kost was het, maar we raakten wel volop in gesprek. Het thema speelde  kennelijk toen ook al. Ik herinner me de aanleiding niet meer, maar het was vla na mijn echtscheiding en daar ging veel vriendschap in verloren.

Terug naar mijn vriendschap met de twee mensen van gisteren. Hoe is het daar voor mij mee gesteld? Op basis van het artikel van van Tongeren moet het mogelijk zijn om daar gericht op te reflecteren.

Ik stel mijzelf daarom maar eens de volgende vragen:

1. In welke mate houd ik openlijk van die Ander?
2. In welke mate houdt de Ander openlijk van mij?
– met deze 2 vragen breng ik de wederkerigheid in beeld –
3. In welke mate is het voor mij belangrijk dat het de Ander goed gaat?
4. In welke mate is het voor de Ander belangrijk dat het met mij goed gaat?
– met deze 2 vragen breng ik de welwillendheid in beeld –
5. In welke mate is de vriendschap nuttig voor mij? En voor de Ander?
6. In welke mate is de vriendschap gebaseerd op het plezier (of warmte of comfort of gezelligheid etc.) dat ik beleef aan de vriendschap? En hoe is dat voor de Ander?
7. In welke mate is de vriendschap gebaseerd op het feit dat ik in de Ander een „goed mens” meen te zien? En hoe kijkt de Ander naar mij?
– met deze vragen breng ik de aard van de vriendschap in beeld –
En ten slotte:
8. Hoe ontwikkelt de vriendschap zich in mijn ogen en wat is daarbij mijn aandeel? En hoe is dat voor de Ander?

Ik denk dat ik daar vanavond eens rustig voor ga zitten.

Don’t wish it away
Don’t look at it like it’s forever
Between you and me I could honestly say
That things can only get better

And while I’m away
Dust out the demons inside
And it won’t be long before you and me run
To the place in our hearts where we hide

Uit: Elton John/Bernie Taupin: That’s why they call it the blues.

Bron: Tongeren, Paul van: Vriendschap? In: Ethische perspectieven 8 (1998) 2, p. 65-70.

This Post Has One Comment

  1. Manny

    Beste Margreet,

    Wat een mooie blog, die komt bij mij binnen zeg. Vriendschap is voor mij altijd iets mysterieus geweest. Heb lang geen vrienden gehad, ben een goede vriendin kwijtgeraakt. Ik denk dat ik op dit moment wel vrienden heb, maar zal ze -op een enkele na- niet snel zo noemen. Ik koester deze mensen wel en doe dat met al de liefde en compassie die ik in me heb, zonder overigens daarbij mijzelf te verliezen. Want die les heb ik inmiddels geleerd: als ik mijzelf niet liefheb, kan ik geen vriendschap in stand houden.

Comments are closed.