Het instinct om van jongs af aan situaties en anderen in te schatten is voor het overleven van het individu van levensbelang. Van waaruit dreigt gevaar? Waar zijn de beste kansen en mogelijkheden? We beoordelen voortdurend wie en wat er om ons heen is in relatie tot onze eigen veiligheid en onze eigen wensen. Tot zover niets mis mee.

Goed en fout

Maar het lijkt erop dat dit aangeboren talent om situaties in ogenschouw te nemen en in te schatten (te voor-oordelen) een pijnlijke en contraproductieve schaduwkant heeft – in elk geval in onze cultuur. Zeer waarschijnlijk onder invloed van de eeuwenoude christelijke cultuur (waarin men is gaan ontkennen dat de schaduw en het licht bij elkaar horen door ze te separeren in een godsbeeld en een duivelsbeeld) lijkt het ons tweede natuur geworden om  om alles en iedereen in te delen in goed of fout. Om overal meteen een mening, een oordeel of een opinie over te hebben. Om meningen en opninies te gaan verwarren met zoiets als “de waarheid”. De gevleugelde uitspraak “meten is weten” heeft bovendien de misvatting gevoed dat er dergelijke absolute waarheden zouden bestaan.

Ver voorbij alle ideeën over goed en kwaad is een plek, ik ontmoet jou daar. – Jalal al-Din Rumi, filosoof, dichter, soefi-mysticus, 13de eeuw.

Meningen en opinies

Aan onze meningen en oordelen en onze zelf geconstrueerde waarheden, ontlenen wij maar al te vaak onze identiteit en ons gevoel van superioriteit boven een ander die anders denkt.
De schaduwzijde daarvan is echter, dat juist dat ons verwijdert van de Ander, van onszelf en van ons vermogen om ons volledige potentieel te ontwikkelen. Er is weinig vruchtbaars te ontdekken aan een ontmoeting tussen mensen waarin opinies niet met elkaar overeenkomen en waarin men niet bereid is om de belevings- en de gedachtewereld van de ander te onderzoeken. Die opinies zijn namelijk meestal niet het resultaat van zorgvuldige cognitieve en gevoelsmatige innerlijke toetsing, maar van hele andere krachten die wel spelen, maar niet benoemd worden. Het wordt een strijd tussen ego’s en belangen en er komt – tenzij gedwongen – niets en niemand nader tot elkaar.

De schaarste van het oordeel

Nog minder vreugdevols valt er te beleven in een ontmoeting tussen mensen waarin de een een oordeel over een ander velt. “Jij bent … .”
Wat valt er nog over en weer van elkaar te leren, te begrijpen en te ontdekken als de een kennelijk al weet wie en hoe die ander is en daar bovendien een etiket op geplakt heeft. Jij bent …!

Wij geloven in de schoonheid van ontmoetingen waarin mensen zich bewust zijn van de oordelen die bij hen boven komen of die in hen leven en die hebben geleerd dat deze meer over henzelf dan over de ander zeggen.

Wij verlangen ernaar om onszelf en de Ander te kunnen zien en te ontmoeten ver voorbij alle ideeën over goed en fout.

Geweldloze communicatie

Marshall Rosenberg heeft met zijn internationale centrum voor Geweldloze Communicatie en het gelijknamige boek een interessante voorzet gegeven voor het ontwikkelen van een communicatiestijl die zoveel mogelijk vrij is van oordelen. Tegelijkertijd gaat Rosenberg er in zijn werk min of meer van uit dat men in de communicatie met de Ander in zekere zin een “voorschot” moet nemen op de mogelijk onderliggende behoeftes van de Ander. Dat heeft niet zo onze persoonlijke voorkeur omdat de eigen behoeftes in onze ogen in eerste instantie ook onze eigen verantwoordelijkheid zijn. Maar zijn werk bevat zeer zinvolle oefeningen en uitgangspunten om een eerste slag richting waardenvij communiceren te maken.