Coachen is een relatief jong vak dat pas sinds de millenniumwisseling in bredere kring van zich doet spreken. Het is (nog altijd) geen beschermd beroep en dat maakt onder andere dat er allerlei vormen van begeleiding aangeduid kunnen worden met het woord coaching.

coachen is als het Nederlandse woord voor sneeuw
Naar het schijnt hebben de Eskimo’s meer dan tien verschillende woorden voor ons woord ‘sneeuw’. Zij onderscheiden meerdere varianten van witte neerslag met verschillende woorden. Wij Nederlanders hebben hiervoor maar 1 begrip:  ‘sneeuw’. Met coachen is het misschien net zo. Er bestaan tientallen begeleidingsvormen – die bij precieze beschouwing duidelijk van elkaar verschillen. Al die verschillende verschijningsvormen worden echter aangeduid met hetzelfde woord: ‘coaching’. Dat is voor opdrachtgevers, coachklanten en ook voor de coaches zelf buitengewoon verwarrend, maar het is niet anders.

expliciteren
Zolang coachen geen beschermd en/of eenduidig gecertificeerd beroep is, doen ook vele, gevarieerde opvattingen en definities van coachen de ronde. Volgens ons is het daarom noodzakelijk dat elke professionele coach de door hem gehanteerde definitie van zijn vak expliciteert en verantwoordt.

definitie van coachen
Wij hanteren de volgende definitie:
Coachen is een begeleidingsvorm waarbij de coach de klant zowel uitdaagt als ondersteunt in een ontwikkelingsproces dat:

  • toekomstgericht is,
  • door de klant zelf wordt gestuurd,
  • aansluit bij de concrete context en ervaringen van de client
  • en waarin de relatie tussen begeleider en client gebaseerd is op gelijkwaardigheid.

gelijkwaardigheid
In dat woord gelijkwaardigheid schuilt ook meteen het enige dat coaching daadwerkelijk onderscheidt van alle andere begeleidingsvormen. Omdat de coach werkt vanuit gelijkwaardigheid adviseert hij niet, diagnosticeert hij niet, gaat hij niet aan de slag om het probleem van zijn client voor hem op te lossen. Al dergelijke interventies veronderstellen immers een bovenschikking van de coach boven zijn client.

De gelijkwaardige positie veronderstelt dat de coach naar zijn client kijkt als iemand die uniek is, potentieel heeft en zijn eigen antwoorden bij zich draagt. De professionele coach kan als geen enkele andere professionele begeleider zijn client begeleiden in het vinden van zijn eigen, autonome en authentieke weg – juist omdat hij vanuit gelijkwaardigheid kijkt en werkt.

ontmoeting & gesprek
Het meest gebruikelijke en geëigende voertuig voor deze vorm van begeleiden  zijn in onze ogen de ontmoeting en het gesprek. De basis hiervoor vormt het zogeheten Socratische gesprek, waarin de filosofische ‘Wat is… – vraag’ leidend is. We maken veel werk van het ontwikkelen van de daarbij horende attitude (waarin overigens de uniciteit van elke coach zichtbaar ‘moet’ zijn).

Wat coachen namelijk lastig maakt, is het feit dat de essentie van het coachen haaks staat op de Nederlandse volksaard en op de wijze waarop de meesten van ons zijn opgevoed. Die opvoeding heeft tot resultaat dat we overal een mening over hebben, dat we principes hebben en graag in discussie gaan. Aan die persoonlijke meningen en principes ontlenen we een belangrijk deel van onze identiteit. Om te leren coachen echter, staat dat alles -zeker in de beginperiode – alleen maar in de weg.

De (meester)coach vindt niks (meer), oordeelt niet (langer), komt niet (meer zoals voorheen) met zijn eigen wijsheid, stuurt niet (meer), manipuleert niet, richt niets in, maar stelt zijn authentieke vragen vanuit betrokken verwondering. Dát vraagt soms veel van de coach, die vaak al een (Nederlandse) opvoeding en een lange loopbaan achter de rug heeft en graag wil delen vanuit zijn eigen rijkdom (ervaring, kennis, mening en waarheid). Die coach heeft bij ons nog een weg te gaan.

Daarbij komt dat wij niet coachen op gedrag, maar áchter het gedrag. Je zou ook kunnen zeggen dat we coachen achter het ego (ook achter dat van onszelf).

Bij dit alles baseren we ons op Socrates, Edmund Husserl, Gerard Egan, Hans-Georg Gadamer, Wil Uitgeest en Marshall Rosenberg.