Wij gaan ervan uit dat in ieder mens, in jou, in mij, in elke Ander het verlangen leeft om in dit leven zoveel mogelijk te worden wie we zouden kunnen zijn. Dit wordt ook wel het verlangen naar zelfrealisatie genoemd.

Dat verlangen is bij sommigen mogelijk dieper weggestopt dan bij anderen of misschien zelfs de mond gesnoerd, maar – als wij het mogen zeggen – het is er. Het leeft in iedereen.

Carl Gustav Jung – de psychiater die zelfs onze tijd nog vooruit is – spreekt in dit opzicht van een individuatieproces. Hij beschrijft hoe het wezen (inclusief het onbewuste) en het leven van de mens volledig gericht zijn op het totstandkomen van een doorontwikkelde en gebalanceerde persoonlijkheid, die in staat is om zijn binnenwereld volledig uit te drukken in de buitenwereld.

Jung gaat er zelfs van uit dat het onbewuste (via dromen, maar bijvoorbeeld ook middels lichamelijke klachten) voortdurend pogingen doet om in te grijpen als de mens – om wat voor reden dan ook – te ver verwijderd raakt van de weg die tot deze individuatie leidt. Of als de mens halverwege dit pad de moed opgeeft en ervoor kiest om zijn ontwikkeling stil te zetten. In feite: als de mens een leven leidt dat niet aansluit bij wie hij eigenlijk is.

Worden wie je zou kunnen zijn, is niet de makkelijkste weg. Het vraagt om voortdurende zelfontwikkeling. Het is een proces dat pas stopt bij de dood.

Ontwikkeling als levensopdracht. Een leven lang leren. Daar geloven wij in.

De mens bestaat voor 99% uit water plus een handjevol mineralen. Maar daarin brandt een vuur waarvan niemand de herkomst kent. – Marguerite Yourcenar.