Alle coaches bij de Coaching Academy worden opgeleid vanuit het principe dat de professionele coach zijn eigen instrument is. Dit betekent enerzijds dat hij dit instrument gedurende de opleiding buitengewoon goed moet leren kennen en virtuoos moet leren bespelen. Anderzijds betekent het dat hij geen andere instrumenten, gereedschappen, methodieken etc. nódig heeft. Hij is immers zélf het instrument.

met lege handen …
Aspirant coaches die zich bij ons op de opleiding komen oriënteren ervaren dit uitgangspunt veelal als uiterst ongemakkelijk. Het liefst krijgen zij tijdens de opleiding zoveel mogelijk verschillende methodieken, modellen en technieken aangereikt. Zij hebben het gevoel dat zij dat nodig hebben om “straks” beslagen ten ijs te komen. Veel coaches ontlenen letterlijk en figuurlijk houvast aan de gereedschapskist (of de instrumententas) die zij stevig in de hand klemmen. Het is een oncomfortabele gedachte dat zij – als ze bij ons worden opgeleid – “straks” helemaal en uitsluitend op zichzelf zijn aangewezen als het enige instrument dat zij ter beschikking hebben.

Bovendien gaan veel coaches ervan uit dat zo’n instrumententas – die archetypisch bij de figuur van de ervaren wijze huisarts hoort – op hun potentiële cliënten een geruststellend effect zal hebben. De instrumententas straalt mogelijk kundigheid uit. De onbewuste associatie van cliënt of opdrachtgever met de onbetwiste autoriteit van een huisarts zou commercieel wel eens aantrekkelijk kunnen zijn!
Desondanks – en vanuit ons verlangen om een zo duurzaam mogelijke dienst te leveren aan onze cliënten – koesteren wij het dierbare principe van de coach die zijn eigen en enige instrument is. Daarbij zijn we onder andere schatplichtig aan Carl Rogers, Carl Jung, Levinas en Buber.

authenticiteit
Carl Rogers concludeerde op basis van zijn jarenlange ervaring (met allerlei technieken, modellen en instrumenten) dat uiteindelijk met name de kwaliteit van de relatie tussen de therapeut en de cliënt van significante invloed is op het succes van de therapie. Geen van de door hem onderzochte methodieken of therapieën bleek aantoonbaar succesvoller en beter dan een ander en geen daarvan bleek aanwijsbaar als significant effectief. De therapeut moest dus – om succesvol te zijn – met name en in eerste instantie werken aan zijn eigen vermogen om vanuit zichzelf (het gaat met name om de begrippen authenticiteit, respect en empathie) een kwalitatieve ontmoeting met zijn cliënt vorm te geven.

jij (Du)
Buber beschrijft in zijn belangrijke  werk “Ich uni Du” hoe een mens – ook een “gezonde” mens – altijd “de ander” (Du) nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen: sterker nog om zichzelf te “vinden”, zichzelf te kunnen worden en zijn. ‘Ich werde an Du’ zegt Buber of zoals Loek Oudeman het placht te zeggen “ik ontwikkel mij aan de ander”. Via de ontmoeting met de ander (“het gelaat van Gij die mij aanziet” van Levinas), ontdekken wij wie wij zijn.

"De kleinst mogelijke eenheid bestaat uit twee mensen.
De mens verschijnt. Niet aan zichzelf, maar aan anderen."
– W. Metzin 'Verantwoording', afscheidscollege, VU, 1982. (proefschrift p. 17)

coachende basishouding
Binnen de Coaching Academy International spreken we van “de professionele coachende basishouding”. Hiermee wordt de attitude aangeduid van waaruit de professionele coach – vanuit onze visie op coachen – een professionele en effectieve ontmoeting met zijn cliënt aangaat. Deze attitude verkrijgt de coach via heel veel oefening, feedback van derden en intensieve zelfreflectie. De waarden en indicatoren van deze attitude kunnen vrij precies worden beschreven. Het is echter geen “jas” die je aantrekt of “rol” die gespeeld kan worden. Deze attitude dient van binnenuit in de coach te ontstaan en te groeien naar een geïntegreerd deel van de unieke persoonlijkheid van de coach. Zolang de coach denkt of werkt in termen van rollen, wordt geen recht gedaan aan de uiterst belangrijke principes van Rogers: authenticiteit en echtheid. Bovendien blijft het coachen dan steken in het domein van het EGO zonder dat het verbonden wordt met het ZELF.

Ik & de Ander
Dit proces vraagt onder andere dat de coach een steeds verdergaand inzicht ontwikkelt ten aanzien van het thema “Ik & de Ander”. Het professionele coachen is bij uitstek gebaseerd op het principe dat de mens zich ontwikkelt aan de ontmoeting met (en de relatie met) de ander. Daarin speelt van alles. Altijd en bij iedereen. Het overgrote deel van kwesties waarmee een cliënt naar een coach komt is te herleiden tot frictie in deze thematiek (of het nu om vragen uit de werksfeer gaat of om persoonlijke aanleidingen). Het is daarom van groot belang dat de coach op dit gebied niet alleen veel inzicht en ervaring opdoet, maar tevens – en dat kan niet vaak genoeg gezegd worden – zijn eigen handelen, voelen en denken op dit gebied grondig onderzoekt.

het instrument ontwikkelt zijn eigen klank
Tijdens het leerproces (waarin behalve voornoemde zaken natuurlijk nog veel meer de revue passeert) verfijnt de coach zijn eigen instrument. Het eigen instrument gaat helderder klinken, zuiverder. De coach leert er meer en meer op te vertrouwen. Alle oefening en zelfreflectie wordt beloond met een toenemende virtuositeit. En uiteindelijk wordt de muzikant een musicus. Het ambacht wordt tot meesterschap en kan uitgroeien tot kunst.

Deze coach heeft geen tips en trucs uit zijn instrumententas nodig. Hij doet geen kunstje. Hij beoefent een kunst.

oog voor de context (markt)
Het spreekt voor ons overigens vanzelf dat we ons bewust zijn van de maatschappelijke realiteit. Natuurlijk sluiten wij onze ogen niet voor het feit dat onze “mensen” hun brood moeten kunnen verdienen en dat (nu nog) cliënten en opdrachtgevers makkelijker voor een coach lijken te kunnen kiezen als de archetypische “instrumententas” voor hen zichtbaar is. We maken daarom werk van een heldere communicatie over onze visie op coachen en de relevantie daarvan voor een potentiële opdrachtgever of cliënt.