20 Jung Fundering 2 500×350

– door Margreet Rierink –

Het is deze maand twaalf jaar geleden dat ik mijn eerste opleidingsdag bij de Coaching Academy volgde.
Ik weet nog dat ik helemaal van mijn stuk na die eerste dag huiswaarts keerde. Dit ging ik nooit leren! Hoe zou ik ooit in staat zijn om van betekenis te zijn voor een ander als ik niet mocht adviseren, oplossen. Als ik niet geacht werd mijn briljante visie op het probleem van een ander te berde te brengen. Als ik mijn eigen instrument moest zijn. Als ik vooral vragen mocht stellen en alleen mijn feitelijke (ook dat nog!) waarneming mocht terug geven. Het was mij zwaar te moede.

een vak leren
Een van de redenen dat ik uiteindelijk besloot om deze lastige weg naar het coach-zijn toch te gaan was het “Loek-zinnetje” op die eerste dag dat coachen geen kunstje was, maar een kunst. En dat aan de kunst het ambacht vooraf gaat.

Een ambacht!
Ik zou een vak kunnen leren.
Een echt vak.
En bovendien in een gilde-systeem.
Dat was een kans die ik me niet wilde laten ontnemen. Dus ik ging ervoor.

En de rest van het verhaal is genoegzaam bekend. Ik maakte me met bloed, zweet en tranen het vak eigen en ik trouwde met de gilde-meester, zowel persoonlijk als professioneel. Ik zou zelf niet zeggen dat mijn weg naar de top van het gilde via de sponde is gelopen, maar ik vergeef degenen die dat wel aannemelijk achten.

Het ambachtelijke van het vak is me tot op de dag van vandaag blijven boeien, maar ook blijven frustreren. Nu het opleiden van anderen tot mijn gilde-verantwoordelijkheden hoort, worstel ik vaak – te vaak – met wat ik ontmoet bij degenen die we in ons vak proberen mee te nemen.
Ik geef les op dag 2 – dag 2! Het is dan nog maar dag 2  van de opleiding … Zonder uitzondering hoor ik op die dag op z’n minst 1 student zeggen dat hij/zij in deze fase vooral graag wil leren om de technieken die hij aangereikt krijgt meer „natuurlijk” te maken, meer van hemzelf, want ja „nu is het zo kunstmatig”.
Op dag 2!

tussen ambacht en quick-fixes
Denk je nu werkelijk dat er ooit een succesvolle concertviolist was die na een week studeren als beginner tegen zijn docent zei. „Ja, die toonladders zijn misschien noodzakelijk, maar ze klinken nog niet erg als van mezelf.”

Of dat er ooit een grote schilder was die na zijn eerste tekenlessen zei „prima dat schetsen met potlood, maar ik ben toe aan een werk waarin mijn unieke stijl zichtbaar wordt”, of een kleermaker, die na een week oefenen met naald en draad zegt dat hij zijn eigen „handschrift” niet zo herkent in de zomen die hij heeft moeten leggen.

Met andere woorden: ik kan wel naar het coachen kijken als een ambacht dat je met tijd, toewijding en heel veel oefening verwerft, maar it takes two to tango. Als mijn student het na twee gesprekken oefenen al hoog tijd vindt dat hij zijn eigen stijl verwerft en daar ook nog applaus voor verwacht, wie ben ik dan met mijn ambachtelijke dromen?

Enigszins vergelijkbaar hiermee zijn de confrontaties tussen mij en studenten in de vervolgopleidingen, gezel, vakmanschap, meesterschap.

Als we een van onze coaches tot drie keer toe feedback geven op hetzelfde punt, begint het – uitzonderingen daargelaten – oncomfortabel te worden. We maken onze borst nat voor allerlei vormen van weerstand, variërend van „ik doe het prima, maar jullie zien dat niet” tot „ik leer vooral van positieve feedback, kunnen jullie niet gewoon zeggen wat er goed gaat” tot „ik voel me afgewezen” tot „ik stop ermee want ik word er onzeker van” tot …. Vul de projecties die hier op zijn plaats zijn, zelf maar in.

Er zijn dagen, meer dan een, dat ik me afvraag of we onze wens om van het coachen een ambacht, een vak, een kunde, een kunst te maken niet af moeten zien. Of we ons eigen verlangen naar excellence niet elders moeten zien te vervullen.

het bestaat nog!
Dat was deels de reden dat ik me onlangs vervoegde bij de Meesteropleiding Coupeur in Amsterdam. Het instituut bestaat niet zo lang en is ontstaan vanuit een behoefte bij couturiers en theatermakers aan gepassioneerde vakmensen, aan „coupeurs” want die zijn er niet meer. Het huidige onderwijssysteem en het huidige leerklimaat leveren geen vakmensen meer af. Ook niet op mbo-niveau. De Meesteropleiding Coupeur werkt daarbij – wonder, o wonder – met het gildesysteem en ik had zomaar het gevoel dat ik daar moest zijn.

Mijn entree in die opleiding is wat wonderlijk verlopen, maar ik maakte er inmiddels 3 volle lesdagen mee. Wat een verademing! Ik krijg les in een groep van ongeveer 20 leerlingen, waarvan 3 leerling-coupeurs van mijn leeftijd zijn. De rest is jonger. De meesten zijn veel jonger. Toegewijde jonge mensen tussen de 18 en de 30 die een vak willen leren.
Wij krijgen les van ware meesters in hun vak. Prachtig!
Er is geen twijfel aan de toon die daar wordt gezet. Je wordt er opgeleid om straks mee te kunnen draaien in de top. Omdat er in de top behoefte is aan goede, vakkundige mensen, die hun ambacht als een kunst beoefenen.

De sfeer tijdens de opleidingsdagen is prima, hilarisch soms, maar meestal heel geconcentreerd. Iedereen werkt en oefent zich letterlijk en figuurlijk „uit de naad”. Waar de meeste tijd aan opgaat? Aan uithalen …
Uithalen, uithalen, uithalen.
De docenten zijn vriendelijk maar onverbiddelijk:
Nee, dat is niet recht.
Nee er zit een paar millimeter verschil tussen het eerste en het tweede stiksel.
Nee, die naad trekt.
Nee, de stof is daar dikker dan daar.
(Ja maar, dat doet de naaimachine. -) Dan zorg je dat de naaimachine doet wat jij wilt en niet andersom.

uithalen en opnieuw beginnen
Uithalen, uithalen, uithalen.
Sommige naden worden tien keer uitgehaald.
Sommige kledingstukken verdwijnen in de allerlaatste fase toch in de prullenbak of de lappenmand.
Uithalen en opnieuw beginnen, totdat je de perfectie nadert. De perfectie op jouw niveau overigens – het leerling niveau. Het jaar erop is hetgeen je nu presteert hoogst waarschijnlijk alweer onder de maat. Opnieuw uithalen.

Denk je nu werkelijk dat er ook maar 1 leerling is die tijdens de trainingsdagen over zijn eigen stijl begint, of over kunstmatig (de werkstukjes moeten in een afgrijselijke grauwe katoen worden gemaakt – anders is het zonde van de stof).
Denk dat maar niet.
Denk je dat er 1 student is die in huilen uitbarst en vraagt om een mildere behandeling want hij/zij is toch zo onzeker of voelt zich afgewezen of … ”
Denk dat maar niet.
Er wordt uitgehaald en opnieuw begonnen. Soms wel tien keer achter elkaar. Door leerlingen die jonger zijn dan „mijn” studenten. Zonder huilen, zonder gedoe, zonder poespas. Er wordt uitgehaald en opnieuw begonnen.
Omdat ze een vak willen leren.
Ik heb in jaren niet zo genoten (na tien keer uithalen was mijn werkstukje overigens nog steeds niet op niveau). Ik moest het thuis nog maar eens een keer proberen, suggereerde de docent. Of ik het volgende week wilde laten zien. Foutloos graag.

passie
Dolgelukkig en doodmoe drink ik ’s avonds met Loek een glas wijn (misschien wel twee). Hij haalt me steeds op, want hij wil er alles van weten. En we bespreken elke keer onze gezamenlijke droom. Van coachen een ambacht maken. Tegen coaches op alle niveau’s kunnen zeggen: „Uithalen en opnieuw beginnen, want daar word je een grote van.”

„Uithalen, want je bent onderweg naar perfectie op jouw niveau en wij zijn er om je daartoe uit te dagen.”
„Uithalen, uithalen, uithalen.” Tien keer uithalen.

Are you man enough om tien keer uit te kunnen halen?
Wat vraagt dat van jou?
Wat vraagt dat van ons?
Ik heb die antwoorden niet, nog niet, maar ik heb mijn passie hervonden.
Ik heb een passie voor excellence. Ik begin vanavond nog opnieuw.

This Post Has One Comment

  1. Kirsten Huisman

    Heej Margreet, je pleidooi voor het ambacht is me uit het hart gegrepen. Mijn overgave hieraan in mijn weg als coach is zeker niet volledig, maar ik herken wat je zegt in de weg die ik ben gegaan als redacteur en tekstschrijver. Nog zo’n ambacht. Over teksten schrijven/redigeren gaan twee paradoxale fabeltjes: 1 voor schrijven moet je talent/een talenknobbel hebben; 2 iedereen kan schrijven. Uiteindelijk komt het er vooral op neer dat je veel, heel veel uren moet maken, oefenen en, niet te vergeten, feedback krijgen en durven ontvangen. Specialiseren helpt ook. Hoe dan ook, om het harde werk vol te houden, helpt het als je aan fabeltje 1 voldoet, maar dat is geen must. Daarnaast gaat fabeltje 2 alleen op als je dus bereid bent dat harde werk te verrichten en openstaat voor feedback. Nu ja, precies zoals je zegt dus eigenlijk. Maar dan in andere woorden. Dank voor het laten herleven van die wetenschap.

Comments are closed.