15 Zonder Titel3 Crop3 500×486

– door Loek Oudeman –

Margreet en ik rijden op een zaterdag door Rotterdam. Omdat ik niet precies weet waar ik ben, kijk ik op een kruispunt naar een straatbord: Ambachtsweg. Dat staat er op het blauwe bord met witte letters. Ik speel even met het woord. ‘Ambacht’-s-‘weg’. Ik denk, ja dat klopt: “een ambacht leren, dat is een weg bewandelen die alles vraagt.” Onwillekeurig moet ik denken aan de dag ervoor. Ik leidde een intervisie met vakmanschappers. Op het eind van die middag vraagt een van de studenten: “Hoezo moet ik nog een keer naar mijn vaardigheden kijken. Ik ben zelf heel tevreden over hoe ik het doe.”

applaus
Ik kijk hem aan en terwijl ik dat doe herinner ik mij het volgende.

Toen ik dertien was en op de middelbare school zat, kwam op een middag de leraar Nederlands binnen. Hij zette zijn tas neer en zei tegen ons: “Ieder van jullie gaat een spreekbeurt doen en Loek gaat als eerste beginnen. Loek, kom maar naar voren.” Ik schrok, stond op, liep naar voren, ging voor de klas staan en keek naar buiten.

Naast de school lag een stukje bouwterrein. Ik keek er naar, draaide me om naar de klas en stak een gloedvol betoog af over de de inpoldering van het IJsselmeer. Na zeven minuten (hoorde ik later) haperde ik even en mijn leraar riep: “Applaus”. De klas applaudisseerde.

Zo moest het zijn. Ik kon naar mijn plaats terug. Innerlijk wist ik toen al dat ik mensen kon boeien met een verhaal, mijn verhaal. Waar zou ik me druk om maken …?

onvoldoende
Zeven jaar later geeft de docent homiletiek (de kunst van het spreken, een onderdeel van mijn studie theologie) ons de opdracht om een ‘preek’ te maken aan de hand van drie punten: een uitwerking van de tekst met een kop en een staart, een inleiding, een middendeel en een afronding. De opdracht houdt ook in om deze verhandeling volledig uit te schrijven en die dan voor te dragen aan de medestudenten en de docent.

Ik hoor het aan en denk, dat kan ik prima. In de afgelopen jaren heb ik veel ervaring opgedaan in het spreken voor groepen. Ik vind het heerlijk om te doen. Ik bereid me altijd voor. Er is een tekst die ik als uitgangspunt neem, ik schrijf er drie zinnen over op, waaronder een inleiding, een middendeel en een afsluiting. Ik neem me voor om voor deze opdracht van mijn geliefde docent niet meer te doen dan dat. Wat een onzin trouwens om te verzinnen dat ik die hele toespraak/preek uit zou moeten schrijven. Begrijpt hij zelf niet dat alle spontaniteit en bevlogenheid daarmee zo gekanaliseerd wordt dat het een droog betoog wordt, wat in de meest enge zin van het woord gekunsteld over zal komen. Hij zou toch beter moeten weten!

Als het mijn beurt is om te spreken, kun je een speld horen vallen. Ook de docent – die helemaal vooraan zit – zit ademloos te luisteren. Als ik klaar ben, staat hij op en komt naast mijn spreekgestoelte staan. Hij kijkt me aan en vraagt of hij mijn uitgeschreven preek mag zien. Ik laat hem mijn kladblaadje zien met de drie zinnen.

Mijn medestudenten zijn muisstil, hij en ik kijken elkaar aan. De spanning in het lokaal stijgt met de seconden die verstrijken. De docent laat me weten dat het overduidelijk is dat ik een prachtig talent heb. Hij laat er echter ook geen enkele twijfel over bestaan dat dit talent ontwikkeld mag worden, dat er aan geschaafd moet worden om het werkelijk tot ‘volle wasdom’ te laten komen. “Je hebt maar een deel van de opdracht gedaan, Loek, ik geef je een onvoldoende”. Ik sta te stuiteren op het katheder en ik kijk naar de kleine man, mijn docent. Ik voel boosheid, weerstand, onbegrip en ik loop naar mijn plaats. De stilte is indringend.

weerstand
In de dagen die volgen merk ik dat ik allerlei dingen verzin om de pijn van de onvoldoende niet te voelen. Ik heb toch een talent? Dat weet toch iedereen? Mijn leraar Nederlands liet mij niet voor niets als eerste van twintig anderen een spreekbeurt vervullen. Waarom kreeg ik een omvoldoende? Zat mijn docent homiletiek soms zelf niet ademloos naar mij me luisteren. Ik verzet me en voel veel innerlijke strijd.

Als student ben ik bevoorrecht omdat we elke week sprekers te horen krijgen die van over de hele wereld het instituut aandoen waar ik studeer. Ik merk dat ik anders begin te luisteren naar hun verhalen. Ik let niet meer alleen op wat zij vertellen, maar ook hoe zij het vertellen en ik begin me af te vragen wat die verschillende sprekers onderscheidend maakt ten opzichte van elkaar. Ik zie dat de een komt met een schrift en zijn bladzijden tijdens het spreken omdraait, weer een ander met losse blaadjes die hij vakkundig ordent als de tekst van het bovenste deel blijkbaar is gedeeld.

no other way
Om een lang verhaal kort te maken – ja, ik begon om mijn spreekbeurten uit te schrijven. Door de weerstand heen. Wat was dat lastig, het was een crime. Ik was er veel meer tijd mee kwijt. Ik zag mezelf zoeken naar woorden, ik zag me dingen doorhalen en opnieuw beginnen, ik moest soms huilen omdat ik enerzijds mijn passie voelde om mijn verhaal te delen en anderzijds om het goed voor de bühne te krijgen. Ik voelde frustratie, weerstand, boosheid maar ik voelde ook de krachtige wens om hier in te excelleren. Twee stappen naar voren, een terug. Soms drie.

Ik bleef goed luisteren naar alle sprekers die ik ontmoette en die hun verhaal deelden en ik deed er in alle opzichten mijn voordeel mee. Dat wil zeggen : uiteindelijk. Ik merkte dat ik groeide, dat ik een ontwikkeling doormaakte en dat mijn verhaal helderder werd. De discipline die mij door mijn docent was aanbevolen werd door mij gehaat en omarmd. Er was geen andere weg.

opnieuw erdoorheen
Na een paar jaar liep ik opnieuw tegen een grens op. Alhoewel ik vaak complimenten kreeg over ‘de preek’, wilde ik opnieuw feedback. Collega’s die soms naar mij luisterenden bleven mij te vriendelijk, te loyaal aan mij. Dat was niet wat ik wilde en toen ontdekte in de cassetteband. …

In de tijd dat ik preekte,  de jaren ’80 van de vorige eeuw- ages ago, werd het een gebruik dat de (kerk)dienst werd opgenomen op cassetteband zodat mensen die de dienst om welke reden dan ook niet bij konden wonen toch deelgenoot konden zijn. Ik vroeg na de dienst om zo’n bandje. Ik reed naar huis in mijn Peugeot 405 en luisterde naar mijn eigen preek. Normaal gesproken rijd ik stevig door, maar tijdens deze rit merkte ik  dat ik steeds langzamer begon te rijden.

Ik schrok – en niet zo’n klein beetje ook – van het naar mij zelf luisteren. Wat zei ik daar nu precies en hoe bouwde ik die zin daar op? Hoezo maakte ik daar nu die gedachtensprong? En o nee zeg, hier gebruik ik een Zeeuwse uitdrukking. Met het schaamrood op mijn kaken parkeerde ik de eerste keer dat ik naar mijzelf luisterde mijn oude auto voor de deur in Houten. Ik was helemaal ontdaan. Had ik nu geluisterd naar de man met een talent om te spreken? Ik was er dagen stil van.

opnieuw, opnieuw, opnieuw
Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Ik voelde het verlangen om dit te “masteren” in mijn wezen branden! Dus liep ik naar de studeerkamer, pakte mijn uitgeschreven preek, zette de cassetterecorder aan en luisterde weer. Ik haalde door, pakte het woordenboek, het synoniemenboek, de aantekeningen van mijn colleges homiletiek en ik schaafde, en schaafde, polijstte en bereidde me voor de volgende spreekbeurt nog beter voor. En dat herhaalde ik keer op keer: voorbereiden op papier, het volledige uitschrijven, het doorkrassen, aanpassen, preciezer formuleren. Dan het spreken zelf en dan weer luisteren naar mezelf. …

En nu moet ik denken aan Goethe: “Es bildet sich ein Talent in der Stille, ein Character im Strohm der Welt”. Zo is het maar net. Een mens wordt geboren met een talent of talenten, maar uitsluitend in de wereld, in de confrontatie met het echte leven, krijgt het talent betekenis – of niet.

de weg
Ik liep vast in de wereld van kerk en theologie en ik vond mijn eigen weg. Ik richtte de Coaching Academy International op en ontwikkelde programma’s volgens het Gilde-leren. Van leerling, gezel, vakmanschap naar Meesterschap. Ik pas in het coachen en in het begeleiden van anderen toe, wat ik leerde in het verleden. Dat is een weg, een ambachts-weg. Tot mijn grote verwondering vond ik op die weg mijn grote liefde. Zij deelt mijn passie, die van de search for excellence. Het is een weg die alles vraagt.

This Post Has One Comment

  1. Walter

    Loek, Wat een prachtig verhaal. Ik kon de beleving voelen. Onwillekeurig kwam er een herkenbaar moment bij mij op. Het was een moment op de M.T.S. (middelbare technische school, welke ik volgde na de lagere technische school). Ik was mij niet bewust van mijn talenten toen,.. maar ik kan mij goed herinneren dat ik bij een te behandelen hoofdstuk (over diodes,… ), voordat ik het zelf doorhad zei ik “dat ken ik al”. Ik heb het geweten. Die leraar (zijn naam weet ik helaas niet meer) zei: “oh dat is mooi, Walter, kom maar naar voren want jij gaat nu dit hoofdstuk aan de klas uitleggen”. Mijn hart ging tekeer, wat gebeurd er nu? Ik stond op en liep naar voren. Ik had totaal geen ervaring met het vertellen van een verhaal. Mensen hadden mij in mijn leven alleen maar dingen verteld. Dat uitleggen liep dus niet goed, mijn klasgenoten begrepen mij niet. Ik zag mijzelf handgebaren maken om het uit te beelden. Klasgenoten lachten mij uit en de leraar greep in. Het was een Griekse tragedie (wel één met een gelukkige afloop ). Boos was ik, op die leraar, klasgenoten en vooral op mijzelf. Het gebeuren heeft mij bezig gehouden. Jaren later op de HTS had ik een “leermodule” communicatie technieken. Daar leerde ik presenteren en wat daarbij komt kijken, een verademing. Het was een eerste stap van mij in de wereld van communicatie. En nu, weer jaren later heb ik mijn weg gevonden in die leergangen van jou. Hartelijk dank voor jou keuze om de coaching academy internationaal op te richten. Waar mijn weg heen gaat weet ik nog niet. Ik heb mijn droom (opdracht na dag 2) opgeschreven, maar het gekke is dat er nog 15 achteraankwamen. Ik ben ze aan het ordenen. het oplezen voor mijn lieve vrouw zou aanstaand weekend kunnen gebeuren.

Geef een reactie