27 Mc Macht Van Het Onbewuste 500×350

Wanneer zich diep in de aardkorst krachten doen gelden waar de mens geen antwoord op heeft, kan dat in menselijk perspectief desastreuze gevolgen hebben, zoals onlangs in Haïti en nog recenter in Chili. Moeder Aarde roert zich in haar onrustige slaap en talloze mensenlevens vinden een gruwelijk einde, evenals alles waar mensen jaren- en jarenlang aan en voor gewerkt hebben. Wat is daarvan het effect op al die anderen, die dat overleven?

In een eerste impuls gaan omstanders graven, zoeken. Steen voor steen verplaatsen ze, om zo al het leven dat onder het puin verborgen ligt een kans te geven. Ik kan me er persoonlijk geen voorstelling van maken, maar in mijn verbeelding wakkert de schok van de verwoesting in de overlevenden hun overlevingskracht aan. Een soort woedende ontkenning: ‘Dit kan niet waar zijn’. Het leven start onmiddellijk om te zien waar het verloren terrein op de dood terug veroverd kan worden. Impulsief en intuïtief. Letterlijk: over-leven. Redden wie en wat er te redden valt. Vanuit de levensdrift. Niets menselijkers dan dat.

Maar dan komt de ‘hulp-verlening’ op gang met de VS als vlaggedrager. De resultaten daarvan zijn door Bertolaso krachtig gekenmerkt door de woorden ‘zielige mislukking’ want … ‘helaas is de drang om een ‘bella figura’ voor de tv-camera’s te zijn groter dan de focus op wat er onder de puinhopen ligt’. Tegelijkertijd wordt overal ter wereld geld ingezameld. BN-ers nemen plaats in telefoonpanels, Hollywood-sterren doneren grote bedragen. Tabloids haasten zich om van al deze goedgeefsheid te getuigen.

In het NRC verschijnt echter een ontnuchterend relaas over de relatie tussen ‘imago’ en het ‘geven aan goede doelen’. Donaties aan goede doelen zijn voor publieke figuren en voor bedrijven een goedkope maar zeer effectieve manier om aan hun imago bij te dragen. Adverteren is duurder. Altruïsme bestaat niet.

Gisterochtend verscheen er een belangrijk bericht op www.nu.nl. Onderzoek toont aan dat de ‘groene’ consument (degene die actief bijdraagt aan het redden van de aarde) zich in relatie tot de mede-mens significant vaker rottiger gedraagt dan de niet-groene wereldburger. De onderzoekers waren uitgegaan van de hypothese dat de hoge ethische standaarden t.a.v. het milieu zouden samengaan met grotere sociale verantwoordelijkheid en beter ethisch gedrag. Het tegendeel bleek waar … Ze ontdekten namelijk dat de mensen die zichzelf zien als helpers van de aarde, ervan uitgaan dat zij hiervoor in andere opzichten gecompenseerd (beloond) zouden worden. Daarmee voelen ze zich vrij en gerechtvaardigd om zich in andere opzichten egoïstisch en on-ethisch te gedragen. (Ze bleken veel vaker oneerlijk te zijn, te liegen, zich te verrijken etc. ) Altruïsme bestaat niet.

Sociaal psycholoog Dieter Frey bevestigt dat de uitkomsten van dit onderzoek passen in een patroon van menselijk gedrag. Kijk! Dat is wat wij coaches graag willen horen. Menselijk gedrag is immers het domein van de coach. “Op het moment dat goed gedrag in de publieke arena aangetoond is, neigen mensen ernaar op een ander vlak compensatie toe te staan,” aldus de expert. Altruïsme bestaat niet.

En dat brengt me precies op het punt waar het voor coaches (en andere ‘hulpverleners’) over moet gaan. Wat maakt nu precies dat jij, als coach, doet wat je doet?

Op de eerste dag van onze basisleergang zegt nog bijna de helft van de aspirant-coaches dat ze het vak willen leren om anderen te kunnen “helpen”. Natuurlijk spreken we hen op dat moment niet tegen. Maar …

Helpen is vaak – veel te vaak – een passief-agressieve activiteit. De leugen bestaat eruit dat helpen op het eerste gezicht lijkt op iets dat op de Ander gericht is. Maar in veruit de meeste gevallen help je de Ander om te voorzien in een behoefte van jezelf. Namelijk de behoefte om een goed gevoel te hebben over jezelf, of zelfs de behoefte dat de geholpen Ander jou dankbaarheid betuigt of loyaliteit, liefde zelfs, of iets anders dat bijdraagt aan de positiviteit van jouw zelfbeeld (een mooie evaluatie door jouw client nadat je het coachproces hebt afgerond).

Maar behalve dát, doe je als je helpt – mogelijk – nog iets anders. Je maakt de ander afhankelijk van jou of van de geboden hulp. Daarmee ontneem je die ander tenminste een deel van zijn autonomie.

Helpen lijkt dus op het eerste gezicht een daad van op de ander gerichte onbaatzuchtigheid maar in feite wordt daarmee veel te vaak voorzien in een behoefte van jezelf. 1) Helpen is niet zelden een daad waarin ongelijkwaardigheid wordt “ingericht”.

Zolang bij de hulpverlener, de therapeut of de coach ook nog maar iets speelt dat relateert aan de wens om op die manier te helpen, is het leveren van een professionele dienst uitgesloten. Simpelweg vanwege het feit dat de dienst, die wordt geleverd, niet meer uitsluitend en alleen gericht is op de vraag en de ontwikkeling van de cliënt. Onderliggend speelt ook – al is het maar flauwtjes – de behoefte van de dienstverlenende professional. En deze behoefte is een ongewenste tegenspeler in het proces van de cliënt.2)

Vroeg of laat dient elke professionele coach zich af te vragen wat hem werkelijk drijft als hij de impuls om de ander te willen helpen in zich op voelt komen. Ga er maar rustig van uit dat je in de uithoeken van je ziel op eigenbelang stuit.

Is dat leuk om onder ogen te zien? Absoluut niet. Is het noodzakelijk? Beslist. Pas als de coach in alle eerlijkheid naar zichzelf leert kijken, is hij in staat om met zijn klant hetzelfde te bereiken. Is dat helpen? Nee, dat is het leveren van een professionele dienst en het bijdragen aan een samenleving waarin we ons over en weer ontwikkelen “aan” de Ander (en niet boven, of onder of dankzij die Ander) in een stroom die schenkt en ontvangt.

1) Ik ben me ervan bewust dat ik het hier mogelijk ietwat cru onder woorden heb gebracht. Er bestaan natuurlijk vormen van hulp waarbij de helper anoniem blijft voor de geholpene. In die gevallen speelt de ‘dankbaarheidsdynamiek’ van de geholpene jegens de helper niet, maar zelfs dan kun je je afvragen wat de ware – hoogst waarschijnlijk onbewuste – motieven van de helper zijn. Maatschappelijk aanzien als weldoener? Goed zelfgevoel? Aflaat van zonden? Wisselgeld in het aangezicht van het laatste oordeel?

2) Het meest treffend hoorde ik dit onder woorden gebracht worden door mevrouw Emilie Fraterman, docent tijdens de cursus Nabijblijven voor ervaren hulpverleners. Zij leidt professionals in de menskunde op tot professionals in de rouwbegeleiding. Zij verwoordde het als volgt: Als je iemand ontmoet die geconfronteerd is met een groot, en op dat moment, ondraaglijk verlies, wat gebeurt er dan met jou? Wat gaat er door je heen? Word je je bewust van gevoelens van onmacht? Kun je het wel aanzien? Krijg je de aanvechting om in te grijpen, iets te doen? Vraag je de ander wat je kunt doen? Ga je glaasjes water halen, zakdoeken pakken, theezetten? Hoe groot is je verlangen om het verdriet te verzachten, het huilen en de pijn te doen stoppen? Wat hoor je jezelf allemaal zeggen? Kortom hoe ongemakkelijk voel je je eigenlijk? Hoeveel verdriet voel je trouwens bij jezelf opkomen en wiens verdriet is dat dan eigenlijk? Welbeschouwd veroorzaakt het leed van de ander ook altijd leed bij jou zelf, al is het om iets anders, in een andere vorm, en met een andere kleur en intensiteit.

Een professionele hulpverlener die te maken krijgt met rouw kan allerlei kennis opdoen over rouwprocessen, over begeleidingsvormen, interventies etc. etc. Maar de grootste klus bestaat eruit dat hij leert om de eigen lege handen te verdragen. “Ik ben er, ik kan niets voor je doen, en daar lijd ik aan. Ik sta in al mijn naaktheid en met lege handen tegenover je. Maar ik ben er en zo lang jij dat wilt ga ik niet weg. Ik ben jou nabij.”

Opleiders in de rouwbegeleiding staan overigens (net als opleiders van coaches) voor de lastige taak om scherp te krijgen wat de kandidaat rouwbegeleiders eigenlijk beweegt om de opleiding te volgen. Wie van hen heeft de wens om anderen in rouwprocessen bij te staan omdat er onderliggend en onbewust een behoefte speelt om het eigen verdriet of de eigen pijn te kunnen helen? Het is een open deur dat deze mensen niet kwalificeren voor het ambacht van de rouwbegeleider, maar het is verontrustend om vast te stellen hoe vaak dat eigenlijk (nog) wél speelt …

Geef een reactie