RP P OB 3157

Aanstaande zondag is het moederdag.
Hoewel het er misschien op lijkt dat deze dag door de detailhandel en de horeca is uitgevonden, staat het vieren van het moederschap in een eeuwenlange traditie.

In de klassieke Griekse traditie was er een cultus rondom Rhea, de moeder van Zeus, ook wel genoemd als de moeder van alle goden.
Ook andere culturen kennen de verering van het moederschap. In de christelijke traditie richtte de moeder-verering zich op de maagd Maria, de vrouw die – zo wil het verhaal – zonder enige vorm van seksuele interactie beviel van Jezus.

De Nederlandse moederdag schijnt zijn oorsprong te vinden in het begin van de negentiende eeuw, op initiatief van de verenigde bloemenhandelaren, die wel een opsteker voor hun omzet konden gebruiken.

Maar de verheerlijking van het moederschap danken we toch meer aan Maria dan aan de bloemenwinkel op de hoek.

Maria is synoniem geworden voor moederschap en moederschap is nog altijd met een zekere heiligheid omgeven.

En dat is een probleem.

In de Griekse Oudheid werd namelijk niet alleen Rhea vereerd, maar ook Hera, Athena, Demeter, Artemis, Aphrodite, Hestia. Allemaal godinnen met een specifieke kwaliteit en gerichtheid, maar eveneens met hun specifieke schaduwkanten. Wee degene die getroffen werd door de toorn van Hera bijvoorbeeld.  Tezamen belichaamden de Griekse godinnen kwaliteiten die we als typisch vrouwelijk zouden kunnen bestempelen (trouw, zorg, toewijding, liefde etctera), maar ook de schaduw van die kwaliteiten (bezitterigheid, jaloezie, wraak, verleiding, misleiding, slachtofferschap).

Je zou kunnen zeggen dat in die cultuur het licht en de schaduw nog werden erkend als twee uitersten, die bij elkaar horen omdat ze dankzij elkaar bestaan.

Een van de grootste uitdagingen in het werkelijk volwassen worden, in het totaal mens worden, is om deze pijnlijke waarheid onder ogen te leren zien.

De rijkdom daarvan zijn wij kwijt.
Onder andere onder invloed van het christendom zijn we het goede en het kwade van elkaar gaan scheiden. Het licht en het donker horen niet meer bij elkaar. De goede kwaliteiten zijn goddelijk gebleven en de schaduwkanten zijn daarvan gescheiden en toebedeeld aan de duivel en de hel.

Dat is diepgeworteld geraakt in ons denken, in onze cultuur.
Wij denken dat het goede in onszelf is en het kwade buiten ons.
Door de strenge moraal van onze cultuur is het bijna onverdraaglijk om eigen-aardigheden (mooi woord eigenlijk :-)) en gedragingen van onszelf te herkennen en te erkennen waarvan we geleerd hebben dat die lelijk zijn of slecht.
Daar hebben we overigens wel een “oplossing” voor. We duwen ze weg naar het deel in onze psyche dat we niet kennen – het onbewuste. Daar clusteren deze eigenschappen zich samen tot onze schaduw. (Daar komen we een andere keer op terug – beloofd).

Exact hetzelfde doen we met archetypische beelden en dus ook met het beeld van de moeder.
Moeders zijn heilig, moeders zijn liefde, moeders zijn loyaal, moeders offeren zichzelf op – kortom moeders doen alles voor hun kind.
En dat beeld is – zoals gezegd – een probleem.

Dat moederbeeld is vals, want iedere moeder is zowel de maagd Maria als de boze stiefmoeder van Assepoester.
Die twee zijn niet gescheiden.
Ze horen bij elkaar.

Een van de grootste uitdagingen in het werkelijk volwassen worden, in het totaal mens worden, is om deze pijnlijke waarheid onder ogen te leren zien.

Het pasgeboren kind is volledig afhankelijk van moeder. Het weet instinctief dat het om te overleven afhankelijk is van haar warmte, haar bescherming, haar voeding en haar liefde. Zo klein als het is, zo slim is het. Het kind stelt alles in het werk om dat van haar te krijgen wat het nodig heeft. Het kind geeft haar in ruil daarvoor terug waarvan het aanvoelt dat de moeder het nodig heeft. Dat kan aandacht zijn, verering, erkenning, bewondering, lichamelijkheid, rustig zijn, blij doen, braaf zijn etcetera.
Het is dus in het begin van het leven letterlijk van levensbelang dat het kind de moeder idealiseert. Daarmee probeert het op zijn eigen manier de moeder-kind binding te voeden, die in de eerste levensjaren zo noodzakelijk is.

Om volledig mens te kunnen worden is de ont-mythologisering van moeder noodzakelijk.

Om echter – later, veel later –  zichzelf en de eigen geschiedenis te leren kennen moet het de idealisatie van de moeder los laten. Voor het eenzijdige moederbeeld dat al die jaren door hemzelf in stand is gehouden moet een veel genuanceerder en evenwichtiger beeld in de plaats komen. Moeder was niet alleen maar Maria, moeder was ook een heks. Moeder deed niet alleen maar goed, moeder deed ook pijn.

Om volledig mens te kunnen worden is de ont-mythologisering van moeder noodzakelijk. Dat is niet leuk voor het kind, het is niet leuk voor de moeder. Maar het moet gebeuren.

En dat is niet makkelijk in een cultuur waarin het steeds lastiger wordt om bij elkaar te brengen wat bij elkaar hoort, maar dat we heden dag na dag verder van elkaar scheiden. (Onder de invloed van sociale media is deze ongezonde scheiding nog verder doorgeschoten. Depressies van jong-volwassenen worden steeds vaker in verband gebracht met het feit dat hun eenzijdige beeld van de wereld zo extreem afwijkt van de veelzijdigheid van het leven zelf.)

Dus voor al diegenen die zondag moeder eren: eer dan de maagd in haar, maar ook de verleidster, de heks, de stiefmoeder, de wreekster, de geliefde, de verraadster, de verzorgster, de verlater.

Morgen – op de vrijdag voor moederdag – werken elf gevorderde coaches binnen de module vader, moeder, kind van de opleiding tot Jungiaans Coach aan deze thematiek die vroeg of laat in ieder leven voorbijkomt. Soms is daar vakkundige begeleiding bij nodig.

.