Rouw Verwerking

Ik zit samen met mijn man op een prachtige zomermiddag midden in het veld aan een heerlijk gedekte kampeertafel. Onze dochters hebben een overdadig aperitief bereid. We gaan over een uur met z’n vieren naar een langverwacht uitje: de biografische film over het leven van Elton John. Wat hebben we ernaar uitgezien! We volgen die man al zo lang. Wat bijzonder dat de meisjes kaarten hebben gekocht zodra ze beschikbaar waren. En wat leuk om dat uitstapje met champagne en hapjes in te luiden. Midden in het veld. Midden in ons veld. Onze nieuwe plek. Ons nieuwe thuis.

Een kwartier voor vertrek voelt het echter niet meer goed. Het spijt me zo. Gaan jullie maar zonder mij. Ik voel me onrustig en ik wil mijn telefoon aanhouden. Niets voor mij, want ik en mijn telefoon leven op gespannen voet met elkaar. Zo graag ben ik helemaal niet bereikbaar. Maar opeens vliegt de gedachte dat ik hem moet uitzetten tijdens de film me aan. Ik vind het lastig, maar ik voel me opeens prettiger als ik thuis mag blijven. Sorry.

Samen met mijn lief, die besluit om met mij mee te bewegen, lopen we door de hoge wuivende grassen terug naar ons kleine huisje dat al een jaar lang ons onderdak is. Ik stap naar binnen om mijn leuke jurk en hakken te verwisselen voor iets comfortabelers.

Dan belt mijn broer: “Het gaat niet goed.”
Hij huilt.

Ik voel een eindeloze eenzaamheid. Ik voel tranen.

“Ok,” zeg ik, “dan ga ik rijden.”
Ik mik een schone onderbroek, tandenborstel, deo, medicijnen, laptop en mijn eeuwige pennetjes plus schrijfboekje in een ongezellige tas en houd mijn man nog even stevig vast. Hij voelt als het leven, als de toekomst. Ik zuig zijn warmte in me op.
Ik voel een eindeloze eenzaamheid.
Ik voel tranen.
Ik herpak mezelf. Ik moet nog een heel eind rijden en ik wil heelhuids aankomen.
Ik heb zo veel om voor te leven.
Ik toets het adres in op Google Maps om te zien wat de snelste route is: 2 uur en 20 minuten. Ik start en de telefoon gaat opnieuw. Weer mijn broer.
Hij snikt het uit.
“Het is voorbij.”

Er is geen haast meer.
Het is al voorbij.
Mijn vader was erbij. Mijn zusje en mijn broertje.
Ik niet.
Het is prima zo. Het is pijnlijk misschien, maar het klopt.
Ze stierf in hun midden.
Maar ik moet daar nu wel naar toe.
Ik wil op dit moment aansluiten bij het gezin waar ik uitkom.

Ik rijd twee lange uren door het Nederlandse landschap.
Het is adembenemend mooi.
Er is nauwelijks verkeer.
Het is ik en mijn oude autootje, dat dapper stand houdt.
Er zijn veel vogels. De broedtijd is voorbij, maar de jongen zijn nog niet uitgevlogen. Vader en moeder zijn nog druk met hun nageslacht en dat is hoor- en voelbaar, zelfs in de auto. Dat is het leven.

Ik krijg gewoon de rauwe versie te zien.
De sporen van haar laatste momenten.

De bermen zijn ongelooflijk. Kennelijk is er op hoog niveau besloten om later te maaien – veel beter voor de ecologie.  En dat levert een fantastisch schouwspel op. Kleuren, schermbloemen, klaprozen, grassen – een lust voor het oog. Ik zuig het in me op. Het staat op mijn netvlies gebrand. De schoonheid van deze avond zal ik nooit vergeten.

Dan rijd ik Zeeland in. Nog steeds niemand op de weg. De zee is blauwer en indrukwekkender dan ooit. Mijn moeder is dood, maar het leven toont zich in zijn volle glorie. Gek genoeg voel ik me op een vreemde manier gelukkig.
Wat een contrast.
Voor haar is het gestopt, maar alles gaat verder.

Ik parkeer mijn auto en aarzel even.
Ik haal diep adem en begin dan aan de ongeveer 100 meter naar haar.
Naar hem.
Naar hen.

Ik open de deur en zie mijn vader, mijn broer, mijn zus en de uitvaartondernemer zitten aan tafel.
Ik kus mijn vader.
“Ha pap. Ze is er niet meer?”
“Nee, kind ze is er niet meer.”
Ik loop door naar haar bed.
Er is gelukkig gewacht met wassen en verzorgen.
Ik krijg gewoon de rauwe versie te zien.
De sporen van haar laatste momenten.
Ze is heel herkenbaar.
En tegelijk.
Ze is er niet meer.

Maar het leven stolt niet alleen bij de dood.
Het stolt bij het coachen, in therapie, bij rouwbegeleiding.

Buiten is het leven.
Hier is de dood.
De tijd is gestold.

En de tijd gaat verder.
Er is het een en er is het ander.

Ik heb er weken voor nodig om weer synchroon te gaan lopen met de klokke-tijd.
Ik geloof niet dat ik daar al ben.

Maar het leven stolt niet alleen bij de dood, of bij pijn of bij verdriet.
Het stolt ook bij een prachtig gesprek, een adembenemende zonsondergang, een moment van grote ontroering.
Het stolt bij het coachen, in therapie, bij rouwbegeleiding.
Het stolt als opeens – lang voorbij de verwachting – de gezaaide bloemen toch opkomen.
Als ik teken, kook of schrijf, inricht, naar kunst kijk.
Als ik ’s nachts tegen mijn geliefde aankruip.
Als ik na een paar dagen begroet word door mijn twee hondjes als ik bij mijn vader ben geweest, die dapper probeert om de weg naar het leven terug te vinden.
Als ik niet kan slapen en eindeloos traag de maan en de sterren langs het slaapkamerraam zie bewegen.
Grote bewegingen, in een duizelingwekkend tempo. Maar niet als je wakker ligt.
De tijd vliegt en hij staat stil.

Het wordt nog een hele klus om me weer te voegen naar het ritme van een nieuw opleidingsjaar.

Maar daar is het leven.
En daar ga ik heen.

.