Animus & Anima 20%
We kunnen aannemen dat de anima veel met schisma te maken heeft. Wanneer situaties te principieel worden – monolitisch, monotheistisch, monogamistisch – met andere woorden geestelijk eenzijdig, dan zal deze archetypische factor verschijnen, als afgezant van het leven, om via het veroorzaken van moeilijkheden, door het opwekken van hartstochten een correctie te doen plaatsvinden.
– J. Hillman, Verraad en verlangen, p. 110

De zon kroop hoog naar de hemel en het zweet op haar rug begon te prikken en te irriteren. Met een zucht van frustratie deed Eva-Luna haar rugzak af – wat zat daar in vredesnaam allemaal in? Ze plofte nogal lomp neer in de schaduw van een boom. Ze was toch iets minder fit dan ze van zichzelf gedacht had. Ze deed haar trui uit en keek met een zucht van teleurstelling naar haar bijna witte armen die tevoorschijn kwamen. En dat bleke vlees was niet eens het ergste. Er hadden zich aan haar bovenarmen onmiskenbare spierloze zakjes gevormd. Ze was zonder twijfel nu de bezitster van kipfiletjes. Zo noemden haar dochters die nutteloze aanhangsels aan wat vroeger stevige, levendige en gepassioneerde armen waren geweest.

Ze pakte haar fles water en het brood dat ze vanochtend in alle vroegte had gekocht bij het bakkertje in het dorp dat voor dag en dauw al open was. De rest van de wereld sliep nog, maar de bakker was al aan het werk en zij was op weg voor de derde etappe van haar voettocht. Tien hele dagen voor haarzelf alleen. Alleen zij, haar rugzak, haar notitieboekje en haar gekleurde pennetjes en de overweldigende natuur van de Italiaanse Dolomieten.
Het was een droom die uitkwam. Hoewel, hoe zou je nog kunnen spreken over uitgekomen dromen als al je andere dromen in scherven aan je voeten lagen?

Jarenlang had ze naar deze wandeling uitgekeken. Het had een bekroning moeten zijn. Haar wandeling met zichzelf als enig gezelschap zou het einde markeren van lastige jaren. Jaren waarin ze met Sol, de man die ze altijd als haar grote liefde had beschouwd, de meest onmogelijke klussen had geklaard. Ze waren niet elkaars eerste liefde, maar wel de laatste. Althans, daar had zij nooit aan getwijfeld. 

Het was al weer jaren geleden, ze telde ze niet meer, dat ze besloten om samen verder te gaan en om schouder-aan-schouder de puinhopen van elkaars leven het hoofd te bieden. Het was eigenlijk nauwelijks een besluit geweest. Het was geen keuze die na lang overwegen tot stand was gekomen. Het was overduidelijk geweest. Ze hadden zichzelf volledig in elkaar herkend. Er was maar een weg mogelijk. De weg samen. Ze waren elkaars bestemming. Hij was haar zielsverwant en zij de zijne. Ze had haar relatie met hem altijd beschouwd als een zeldzaam geschenk waar ze aanvankelijk wat verlegen mee was, maar dat ze volledig had leren omarmen.

Niets in hun leven was zeker geweest en er was hen ook niet zo veel bespaard gebleven. Ze hadden zonder geld gezeten. Ze waren soms wanhopig geweest vanwege problemen die onoplosbaar leken. Ze hadden een hoge prijs betaald voor hun liefde. Maar het was in alle opzichten een romantisch verhaal. Het was het verhaal van Eva-Luna en Sol tegen de rest van de wereld. In het diepst van hun ellende hadden ze elkaar stevig vastgehouden. Avond aan avond sliepen ze tegen elkaar aan gekropen in en ze werden in dezelfde houding wakker.
Hij, haar Sol, was meer dan ze verwacht had van het leven.
En zij, zij was volgens hem de vrouw die hij een leven lang had gezocht.
Ze waren zeker van elkaar.
Ze vormden in elkaars leven zo’n beetje het enige dat zeker was.
Dachten ze.

Deze voettocht in haar eentje had ze altijd al willen maken. Haar kinderen waren – op papier – volwassen nu en ze voelde in het diepst van haar wezen dat ze nog een heel leven voor zich had. De tijd van oeverloze ladingen boodschappen, eindeloze bergen was en de voortdurende organisatie waarin ze bij moest houden wie-wat-waar-wanneer er gegeten, gereden, overhoord, gebracht, gehaald en niet te vergeten “bijgestort” moest worden was voorbij. Hoe had ze het klaargespeeld naast een volledige baan? Voor haar geen lege-nest-syndroom. Ze was opgelucht dat ze deze klus in haar leven met liefde geklaard had en dankbaar dat Sol er altijd was geweest om de grote en kleine uitdagingen van dit dynamische gezin vol vertrouwen mede op zich te nemen.

Dat deel van haar leven en haar verantwoordelijkheid zaten erop. Het grote moederen was voorbij en naar dat moment had ze al die jaren uitgezien. Er was nu tijd voor alles dat ze ook nog wilde. Ze was altijd gesteld geweest op haar eigen gezelschap en deze wandeltocht zou ze zichzelf cadeau doen voor haar 57ste verjaardag. Tien dagen alleen door de bergen en de valleien van het land dat ze liefhad als een tweede vaderland. Tien dagen in haar eentje om daarna terug te komen bij hem.
Thuis te komen.
Dat was het beeld.
Daar had ze naar uitgezien.

"Is er iemand die op je wacht? Is er iets dat je thuis zou noemen?"

En daar zat ze nu. Moe en plakkerig onder een boom op z’n beetje een derde van de klim van vandaag naar boven. Met haar kipfiletjes gekeerd naar de zon, een beetje bezorgd over spierpijn die ze nog nooit eerder in haar leven had gevoeld.
Ze werd oud, bedacht ze met een mengeling van berusting en angst.
Ze had het drie dagen geleden ook al in de spiegel gezien van het pension in Bolzano vanwaaruit ze haar eerste etappe zou aanvangen. Toen ze haar met grijs doorschoten blonde lange haar in een hoge staart op haar hoofd bond, zag ze opeens twee kleine kwabbetjes aan de zijkanten van haar gezicht, zo’n beetje ter hoogte van haar mondhoeken als vochtige aanplakzakjes aan de kaaklijn. Dezelfde ophopinkjes die ze zo goed kende van haar moeder en die ze altijd met moeders ontevredenheid had geassocieerd. Ze had haar gezicht van links naar rechts gedraaid en gezien dat die wangzakjes nu ook deel van haar waren. Ze vielen iets minder op als ze lachte, maar ze zaten er en ze waren niet meer van plan om weg te gaan.

Ik word oud, herhaalde ze tegen zichzelf, maar ik heb nog een heel leven voor me.

Hoog boven haar cirkelde in de staalblauwe lucht een roofvogel. Hij, of zij, zag er vrij uit, majesteitelijk, maar ook alleen.
Is er iemand die op je wacht? Is er iets dat je thuis zou noemen?
Ze vond het opeens jammer dat ze zo weinig van vogels wist. Leefden deze koninklijke dieren solitair of was er een partner?
Zou ze ook een koninklijk leven kunnen leiden zonder hem, zonder Sol?
Ze had zichzelf altijd als een zeer zelfstandige vrouw beschouwd.
In praktische zin zou ze er heus wel uitkomen. Maar ze was heel erg aan hem gehecht geraakt.

Ze had nooit van beschadigde dingen gehouden. Ze bewonderde de Japanners om hun Wabi-Sabi kunst, maar zelf mikte ze een bord waar een scherf vanaf was zo snel mogelijk in de afvalbak. Ze hield van perfectie, van kunst, van schoonheid. Ze kon thuis eindeloos schuiven met vazen, met kaarsjes, met stoelen, bloemen, pannen. Noem het maar op. Ze zocht altijd naar harmonie, naar balans. Naar perfectie.

En opeens stroomden de tranen, die al weken lagen te wachten op bevrijding, over haar wangen. In een van haar grootste kostbaarheden zat een lelijke barst en ze kon het simpelweg niet verdragen.
Sol was verliefd geworden op een ander.
Ze had van alles verwacht, maar dit niet.

Ze wist dat haar leven niet makkelijk was geweest en dat ze had geleerd om van alles het hoofd te bieden: tegenslag, verdriet, ziekte, afwijzing, uitsluiting, negatie. Ze was er niet alleen sterker van geworden, maar ook aardiger en leuker.

Maar dit. Dit klopte niet. Sol had hun heilige verbintenis geschonden en was gaan dromen van een ander. Hij wist zelf ook niet goed waarom. Hij wilde niet bij Eva Luna weg. Dat zei hij tenminste.
Hij was vanuit zijn schaduw gaan opereren. Zo noemde hij dat.
Het had wel betekenis, maar ook weer niet, had hij gezegd.
Maar hij wilde met haar, met Eva Luna – hij noemde haar Loentje – oud worden. Hij wilde in haar armen sterven. Maar hij kon niet ontkennen dat daar ook opeens een ander was.

"Hoe zou je nog kunnen spreken over een uitgekomen droom als al je andere dromen in scherven aan je voeten liggen?"

En zij? Zij wist het nu niet meer.
Hun relatie voelde als een luchtballon, die met een grote zucht en onverwacht heel snel was leeggelopen.
Er was voor haar niet zoveel meer om naar terug te keren als deze tocht erop zat. De droom was voorbij. Het was beter om vanaf hier zelf verder te gaan, in haar eentje.

Hier was ze al eerder geweest.
Er was een repeterend patroon.
Ze was eerder verlaten geweest, bedrogen en genegeerd.
Het zou ook wel iets met haarzelf te maken hebben.
Dat zou ze met haar therapeut bespreken.
Ze kon dit vast niet helemaal bij hem neerleggen.
En ze kon zichzelf vertrouwen.
Ze zou hier prima uitkomen.

Maar ze voelde, ondanks de warmte van de zon, eerst haar pinken verkrampen en toen haar ringvingers. De kramp trok omhoog naar haar ellebogen, haar schouders en van daaruit over haar schouderbladen naar haar middenrif.  Ze dook ineen van de pijn. Rustig ademhalen: 1-2 in, 1-2-3 uit.
Dit gaat voorbij.
Zo voelt verdriet.
Zo voelt het als je je onderuit geschopt voelt.

Na een minuut of tien ontspande de boel.
Eva Luna stond op, pakte haar rugzak, rechtte haar rug en besloot om verder te gaan. Op weg naar niets misschien. Maar het voelde goed om de ene voet gewoon voor de andere te zetten.
Dat was veel vaker in haar leven een goede aanpak gebleken.

Op dag 5 liep ze door een langgerekte en hooggelegen alpenweide.
Ze was trots op zichzelf dat ze nog altijd deed wat ze zich voorgenomen had, al was het met een stekende pijn in haar rechterknie en een beurs gevoel in haar linker heup.
Het leven toonde weinig genade met haar leeftijd.
Haar lichaam liet haarfijn weten dat ze fysiek niet langer de vrouw was waar Sol een eeuwigheid geleden voor gekozen had. Dank, dat ontbrak er nog maar aan.

De avond ervoor was er even bereik geweest in de berghut waar ze tussen de andere wandelaars geslapen had.
Ze wilde eigenlijk haar berichten niet zien.
Ze wilde eigenlijk helemaal niets met de wereld buiten haar eigen kleine wereld van nu. Maar ze had kinderen, en die zou ze nooit, maar dan ook nooit laten zitten. Misschien hadden zij geprobeerd haar te bereiken?
Met tegenzin had ze ingelogd op de Wifi-verbinding van de hut.
Gelukkig geen berichten van de kinderen. Geen nieuws was goed nieuws, wist ze inmiddels. Ze liepen bij elkaar de digitale snelweg niet plat. Gelukkig.

Maar er was wel een bericht van Sol: “Ik mis je. Heb het goed daar. Dat gun ik je! Kan ik met je in gesprek als je terug bent? X S.”
Ze had opnieuw de kramp in haar vingers voelen opkomen. O nee, niet weer.
Maar ook woede deze keer.
Idioot. Wat moest je zo nodig? Was het het waard? Ik hoef jouw wabi-sabi liefde niet. Je bent een vent van niks. Je zegt het een en je doet het ander. Zo hoef ik de liefde niet. Zoek het uit.

Ze prees zichzelf gelukkig – vooral wijs eigenlijk – dat ze dit alles niet terug-ge-smst had.
In plaats daarvan had ze een groot glas door de waard zelfgestookte likeur besteld en was ze aangeschoven bij een clubje Italianen, dat die dag een gletsjer beklommen had en deze ervaringen nu vierde met liedjes, veel drank en nog meer saamhorigheid.
Ze sprak voldoende Duits, de voertaal in dit deel van het gebergte, om aan te haken en even op te gaan in de hartelijkheid van deze bergliefhebbers. In de bergen bestond allerlei onderscheid niet, dat zo’n 1800 meter lager de wereld zo makkelijk in hokjes verdeelde. Ze voelde zich even geen 57, niet verlaten en niet kwabberig.

Haar tafelgenoten zouden morgen teruglopen naar het dal en naar hun verantwoordelijkheden. Hun normale werkweek zou weer beginnen. Deze vrijbuiters reden over een uur of zestien weer keurig naar hun werk. Zij echter was in feite werkelijk vrij en ze zou op weg gaan naar haar zesde etappe.
Sol kon zijn eigen boontjes doppen.

"Dit heb ik vaker gezien. Ben ik hier eerder geweest?"

En nu stapte ze voort door de betoverende schoonheid van het hooggebergte. Het was een hoogvlakte, dus ze hoefde niet te klimmen.
Genoeg adem en energie om om zich heen te kijken. Geen loofbomen meer hier en nauwelijks nog naaldbomen. Maar grassen, kruiden, plasjes verdwaalde sneeuw en de prachtigste berg-orchideeen.
Niet dat die in uitgestrekte velden voor je lagen. Nee, je moest er oog voor hebben. Maar als ze dan zo’n plantje vond, zo helemaal verstopt tussen stenen en kruiden … dan voelde ze zich alsof ze iets kostbaars, iets zeldzaams had gevonden. Zachtjes streelde ze de behaarde blaadjes van de vuilwitte bloemen, tussen de grijsgroene spitse blaadjes. Ze weerstond de neiging om er een te plukken. Niet doen. Laat het leven.

Dit was helemaal aan haar besteed. Geen mensen. Wel natuur en zeldzame schatten voor wie het wilde zien.
Eva Luna genoot en was tegelijkertijd boos op het lot dat had bepaald dat ze deze reis maakte terwijl er een groot verdriet in haar leven was geslopen. Er was het ene en er was het andere. Maar wat kon ze er aan doen?

Zou het niet eenvoudiger zijn om Sol te bellen en te zeggen dat ze de relatie af wilde ronden.
Laten we dankbaar zijn voor wat er was en vanuit zachtheid afscheid nemen.
Jij jouw weg, ik de mijne.
Dat klonk haar opeens reuze spiritueel en volwassen in de oren. Waarom niet?
Ze was hem ook dankbaar, zeker, maar ze wilde niet meer naar hem terug.
Ze voelde zich verraden en voor gek staan.

Ze bleef trouw de ene voet voor de andere zetten. Met zichzelf, haar rugzak, de schoonheid van de Stelvio Pas, haar pijnlijke spieren, haar kipfiletjes en wangzakjes en haar herinneringen aan de relatie met Sol als haar metgezellen.

Tegen het einde van de middag werd er een zwakke maan zichtbaar terwijl de zon nog volop scheen.
Volgens de kaart was het nog een klein uur lopen naar de volgende hut. Opeens zag ze rechts van zich een berghut opdoemen. Ze controleerde haar kaart. De Italianen waren nogal precies in hun tekeningen en deze Berghütte stond niet op de kaart.  Toen ze de hut naderde, groeide in haar de herkenning. Deze hut ken ik. Dit heb ik vaker gezien. Ben ik hier eerder geweest?

Ze aarzelde niet. Ze verliet het pad en liep recht op de hut af. Ze stapte het balkon op en was helemaal niet verrast toen er een prachtige oude man uit de voordeur stapte. De avondzon gaf zijn grijze haar en dito baard iets magisch. Alsof hij verlicht werd.
“Ga zitten,” zei hij. “Ik heb je verwacht. Ik zal iets te drinken voor je maken. En daarna hoor ik graag jouw vraag.”

<wordt vervolgd op 6 maart 2019 om 17:05:27 uur, als de maan nieuw is.>

J. Hillman - Verraad en verlangen

Wil je naar aanleiding van deze blog het boek Verraad en verlangen van J. Hillman aanschaffen? Dat kan. Wij hebben een partnerschap met Bol.com. Klik op de afbeelding en je gaat rechtstreeks naar hun website. Zij zorgen ervoor dat je het boek zo snel mogelijk in huis hebt.