002 2000×1515
Dit is het verhaal van een tevreden cliënt en een blije coach

– het gesprek – 

Cliënt Clemens komt binnen bij zijn coach en na het inschenken van de thee opent coach Co het gesprek:
“Wat speelt er Clemens?”
Clemens antwoordt dat hij een opleiding volgt en dat hij daarvoor veel opdrachten in de praktijk moet uitvoeren waar hij feedback op krijgt. Hij snapt wel dat het niet zo bedoeld is, maar hij ervaart de feedback toch als kritiek. Dat blokkeert hem en hij merkt dat hij er nu minder plezier in heeft om de opdrachten uit te voeren. Hij stelt ze uit en daardoor komt hij achter te lopen.
De coach vraagt hem wanneer dit voor Clemens een goed of effectief coachgesprek wordt. Clemens antwoordt dat hij graag het plezier in zijn opleiding terug zou willen.
De coach vraagt tot slot of Clemens specifieke wensen of verwachtingen heeft ten aanzien van hemzelf. Clemens antwoordt dat de coach hem stevig mag bevragen – zoals altijd – en dat hij het ook wel fijn zou vinden om de bevestiging te krijgen dat hij op de goede weg zit.

Nu het onderwerp en de verwachtingen van het gesprek helder zijn, steekt de coach het gesprek in.
Hij onderzoekt met Clemens wat voor feedback hij krijgt en hoe dat voor Clemens is.
Hij vraagt hem hoe het voor hem is om te blokkeren en ook hoe het voor hem is dat hij steeds minder plezier heeft.
Ze onderzoeken op welke manier Clemens eigenlijk het liefste leert en waar het hem dan nu aan ontbreekt. Clemens komt tot het inzicht dat hij van feedback erg onzeker wordt, terwijl hij juist zelfvertrouwen nodig heeft om te kunnen leren. Hij zou veel meer plezier beleven als hij meer positieve feedback zou ontvangen, meer aanmoediging en bevestiging.
“Zoals je ook graag bevestiging van mij wil,” zegt de coach glimlachend (en eigenlijk ook best tevreden over de link die hij legt).
“Ja, inderdaad,” zegt Clemens die nu ook het verband ziet. “Ja dat werkt heel goed voor mij. Stimulerend ook.”

Clemens knapt tijdens het gesprek zienderogen op. Hij ziet helder wat er eigenlijk speelt: “De opleiding sluit niet goed aan bij wat ik nodig heb om te kunnen leren!”
Maar daar komt hij bij Co niet zonder meer mee weg.
“Dat zou kunnen Clemens. Maar wat heb jij zelf gedaan om aan te geven wat jij nodig hebt? Hoe had de opleiding dat kunnen weten?”
Dat is een echte eye-opener voor Clemens. Hij sputtert nog even tegen … :
“Nou ja, het is toch een professionele opleidingsorganisatie. Het is toch hun verantwoordelijkheid en hun expertise om een positief leerklimaat te scheppen!” (Deze laatste formulering had hij ooit op een website van een groot instituut gelezen).
Maar de coach laat zich niet op het verkeerde been zetten.
“Clemens, dat zou allemaal best kunnen, maar het is jouw leerproces en jij wil plezier terug. Daarvoor heb jij bevestiging en positieve feedback nodig. Wat is dan jouw eigen verantwoordelijkheid?”

Clemens lijkt een beetje geïrriteerd, maar herstelt zich dan. “Nou Co, nu kan je wel zo naar mij gaan zitten wijzen, maar ik ben niet degene die steeds kritiek levert, dat zijn de trainers van mijn opleiding. Je doet nu net of het mijn eigen schuld is.”
Co haast zich om dat te nuanceren. “O komt dat zo over? Dat bedoel ik helemaal niet zo. Integendeel, ik heb veel respect voor hoe je dit doet en hoe je dit aangaat. Ik probeer je alleen te laten zien wat je zelf zou kunnen doen om ervoor te zorgen dat je jouw doelen bereikt.”
Clemens: “O, ok dan. Wat vroeg je ook alweer?”
Co herhaalt zijn vraag en bij Clemens gaat een lichtje branden: “O, ik zou natuurlijk kunnen aangeven dat de feedback mij niet helpt en dat ik wat anders nodig heb om te kunnen leren?”
Co, uiterlijk onbewogen: “En hoe zou dat voor jou zijn, als je dat zou doen?”
Clemens: “Goed wel, denk ik … ”
Co: “Wat heb je ervoor nodig om dat te kunnen doen?”
Clemens: “Ik wil dat gesprek eerst goed met jou oefenen zodat ik me zeker voel als ik het straks in het ‘echt’ ga voeren.”

En zo geschiedt.

Co en Clemens oefenen en ze sluiten het gesprek af met het vaste voornemen van Clemens om aan de opleiding te gaan laten weten wat hij van ze nodig heeft om het plezier te kunnen hervinden.

Clemens komt heel tevreden en gerustgesteld thuis, en vult een zeer positieve evaluatie over dit gesprek in op het evaluatiesysteem van de coach.

Coach Co heeft al die tijd al een goed gevoel over dit gesprek (cliënt komt tot bewustzijn, leert, kiest en komt in beweging) en ervaart de positieve evaluatie van zijn cliënt als een bevestiging van wat hij zelf ook al wist.
Hij werkt ’s avonds in alle rust zijn logboek voor zijn persoonlijke accreditatie van de Nobco bij.

Tot zover …

– de vraag –

De grote gewetensvraag is nu: “Wat is nu werkelijk de kwaliteit van dit coachgesprek?”

Daar zijn allerlei antwoorden op te geven.

Cliënt Clemens vindt het een goed gesprek en coach Co eveneens.
Het gesprek voldoet bovendien zowel technisch als inhoudelijk aan alle criteria die er voor het coachen worden gesteld.
Niks meer aan doen, zou je zeggen. Vlag uit en een strik eromheen!

Toch is er een probleem met dit gesprek.

Het pijnlijke is namelijk dat dit gesprek ogenschijnlijk wel bijdraagt aan het functioneren van cliënt Clemens, maar dat coach Co zijn cliënt Clemens eigenlijk verder zijn persoonlijke problematiek incoacht, in plaats van het tegenovergestelde.
En het aller pijnlijkste is nog wel dat dit in heeeeel, veel coaching gebeurt.

– het conflict tussen binnen en buiten –

De coach helpt de cliënt om een oplossing te vinden voor iets in de buitenwereld – laten we dit voor het gemak een “buitenprobleem” noemen – dat door de cliënt als lastig wordt ervaren.
In zekere zin helpt de coach zijn cliënt om het “buitenprobleem” weg te nemen of zo te veranderen dat het niet langer een probleem is.
Hierbij wordt iets heel belangrijks overgeslagen, namelijk het onderzoek naar het feit waarom de cliënt dit “buitenprobleem” als een probleem (of als lastig, vervelend, ongemakkelijk, onwenselijk o.i.d.) ervaart. Het “buitenprobleem” is namelijk altijd een representatie van een “binnenkwestie”.

In het geval van Clemens lijkt zijn “binnenkwestie” samen te hangen met het feit dat er iets in hem wordt geraakt als hij van anderen feedback krijgt. Dit hangt mogelijk samen met zijn behoefte aan bevestiging door anderen?
Hoe dat precies in Clemens werkt, weten we niet. Hij is daar immers niet op bevraagd en gecoacht. Wij weten het niet en hij weet het zelf evenmin. Daar is bij hem geen inzicht op ontstaan en aldus kan hij daar ook geen ontwikkelingsslag in maken.

Maar waar Clemens eigenlijk tegenop loopt in de opleiding, die hij volgt, is het deel in hemzelf dat – ondanks zijn volwassenheid – niet goed heeft geleerd om om te gaan met alle vormen van feedback die niet rechtstreeks bevestigend zijn. Dat hoeven we niet te oordelen, want daar is vast een aannemelijke en goede reden voor. Maar feit is dat hij ertegen oploopt, dat hij er last van heeft en dat hij erop gecoacht wil worden.

De enige duurzame manier om Clemens hier werkelijk mee te helpen is om hem te helpen inzien waar dat in hemzelf nu precies over gaat. Wat maakt het voor hem nu toch zo lastig om feedback te krijgen en deze feedback te gebruiken als bijdrage aan zijn leerproces? Hoezo moet hij blokkeren? Hoezo kan hij alleen plezier beleven als anderen hem van complimenten en feedback voorzien?

Zijn dat leuke vragen?
Nee.
Niet voor de coach om te stellen.
Niet voor Clemens om te krijgen.

Zijn het essentiële vragen?
Ja.
Want alleen zo leert Clemens zien welk deel in zichzelf er nu aan toe is om te ontwikkelen, om volwassen te worden.

Zo zou Clemens met de liefdevolle hulp van zijn coach uit kunnen komen bij de “binnenkwestie”, die steeds opnieuw geactiveerd zal worden – elke keer als Clemens iets te horen krijgt dat hij als kritiek ervaart -, net zo lang totdat Clemens actief besluit dat hij in zijn eigen ontwikkeling hierin een slag wil maken.

Alles echter dat de coach doet om de “buitenkwestie” door cliënt op te laten lossen, anders te laten benaderen, weg te laten nemen, te laten relativeren of verzachten, is wel een balsem op de ziel van Clemens op de korte termijn, maar draagt niet bij aan de werkelijke ontwikkeling van Clemens tot de man die hij zou kunnen zijn. Het zijn doekjes voor het bloeden, waarbij zowel de coach als de cliënt eigenlijk in de comfortzone blijven.

Kortom, werkelijk duurzame coaching – dat wil zeggen coaching die niet gericht is op handvaten, tricks, tips, tools, quick wins en oplossingen – brengt een cliënt van zijn “buitenprobleem” naar zijn “binnenkwestie”. Ofwel, brengt een cliënt van vraag naar thema.

Alle coaching die aan de buitenkant blijft, brengt waarschijnlijk wel een tijdelijke luwte of ontspanning met zich mee, maar bevestigt een cliënt eigenlijk in zijn persoonlijke thematiek, waardoor hij er op de lange termijn niet mee opschiet. Misschien berokkent het hem op de lange termijn zelfs nadeel omdat hij nog verder is bevestigd in een patroon dat eigenlijk niet effectief is.

Is duurzame coaching daarmee therapie?
Nee.

Een therapeut zou met Clemens onderzoeken hoe zijn kwetsbaarheid voor de feedback van anderen en zijn afhankelijkheid van hun bevestiging precies is ontstaan.

Een goede coach helpt Clemens uitsluitend om bewustzijn te krijgen op hoe deze thematiek – in het hier en nu – zich bij Clemens manifesteert en laat Clemens zelf kiezen welke eerste stap hij daarin wil zetten.

De hierboven gebezigde term “goede coach” brengt overigens meteen nieuwe problemen met zich mee.
Kwaliteit van coaching is al jaren een heet hangijzer zowel binnen de beroepsgemeenschap van de coaches zelf als in de markt voor coaching.

Vaak wordt de kwaliteit van de coaching gerelateerd aan de quick wins die ofwel de opdrachtgever ofwel de gecoachte ten deel zijn gevallen als resultaat van het coachtraject. Veelal zijn deze al in de offerte gespecificeerd als de “te ontwikkelen competenties”.

Voor ons echter, heeft coaching pas werkelijk kwaliteit als het proces van coaching een onomkeerbaar ontwikkelingsproces bij de cliënt zelf in gang heeft gezet. Niet omdat cliënt een handigheidje heeft bijgeleerd om anders met zijn buitenwereld om te gaan danwel om de buitenwereld anders te beleven. Maar omdat cliënt in zichzelf een deel in beweging heeft gezet, dat er aan toe was om volwassen te worden in een wereld die meer en meer op al onze kwetsbaarheden zout legt.

Coaching is voor ons de koninklijke weg waarlangs niet alleen wijzelf werkelijk volwassen worden, maar waarbij wij tevens mogen oplopen met collega’s en cliënten die dezelfde weg durven gaan.

To be a coach is to believe in life and to embrace its difficulties and setbacks. 

To become a coach is to learn that problems don’t ask to be solved,
but – instead –
that problems need to be considered as invitations to step into a process
in which you can become that person,
who’s potential is silently waiting deep inside you,
until you have the courage to bring it into the world.
This “possible you”
will not be released by success, prosperity and applause.
It will evolve
as a result of everything that you’ve learned about yourself
when you were struggling against the world.

Coaching Academy International – New Jung Academy
January 2018

Naschrift voor onze eigen studenten:

Weke feedback zou coach Co krijgen als hij bij ons in 1 van de leergangen zat?

  • Als student van de Leergang Professioneel Coachen zou Co gewezen worden op het feit dat hij met zijn client aan de “buitenkant” blijft en de Perspectieffase overslaat. (Na de Focusfase bewegen Co en Clemens door naar de Routefase …). Co zou zijn certificaat wel halen :-), want hij contracteert, hij werkt met het contract, hij ondersteunt en hij daagt uit en hij werkt aan BKV.
  • Als student van de Leergang Zelfbewust Coachen zou Co gewezen worden op het feit dat hij in de Focusfase niet doorvraagt naar de kern van de kwestie, niet tot een relevante leervraag komt en niet de slag maakt naar en werkelijk ontwikkelingsgericht gesprek. Co zou een extra gesprek moeten voeren om zijn certificaat te halen.
  • Als student SCLL zou Co aangesproken worden op het feit dat hij hier nalaat om van buiten naar binnen te gaan met zijn client in de Focusfase en dat hij Clemens bovendien laat weg komen met een instrumentele oplossing, die voorziet in de behoeftes van het ego van Clemens, maar niet in de ontwikkelingsvraag van het Zelf van Clemens.
  • Als student van de LPPV zou Co worden aangesproken op het feit dat hij nalaat om van Vraag naar Thema te gaan.
  • Als student van de Specialisatie Jungiaans Coachen zou Co worden aangesproken op het feit dat hij nalaat om van Vraag naar Thema te gaan (waarmee hij dus niet Analytisch Coacht) en dat hij lijkt te worden meegenomen in het appel dat Clemens op hem doet om in zijn behoeftes te voorzien.
  • Als student van de opleiding tot Jungiaans Therapeut zou Co worden aangesproken op de punten onder 5, op het feit dat hij niet werkt met de projecties van Clemens op de opleiding en de overdracht van Clemens richting Co en dat hij niet verkent waar de behoefte aan positieve affirmatie vandaan komt en wat er aan de basis ligt van de vermijding van mogelijke kritiek.

Margreet Rierink – januari 2017